Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

42 Vierde Qpheld. Over een algemeen

plaatfelyke en de toevallige bedoelingen van de algemeene wezenlyke Leere des Christendoms niet onderfcheiden kunnen. Doch het komt my voor, als of Gy de groote voordeden, die uwe eigen Wysbegeerte ü geeft, te zeer uit het oog verliest, cn de gewigtige ontdekkingen, die toch zekerlyk zonder hulp der Wysbegeerte niet verkreegen kunnen worden, te dikwerf aan de Gefchiedkunde töefchryft.

Een der hoofdoogmerken myns Samenftels van dc christelyke Leere der Gelukzaligheid was , om jonge Godgeleerden door de Wysbegeerte te hulp te komen, opdat zy de gefchiedkundige naarvorfchingen wegens het Christendom overeenkomftiger met het oogmerk daarvan zouden inrigten en daarvan een beter gebruik kunnen maaken. Wie zig eens een al j gemeen duidelyk denkbeeld gemaakt heeft van menschlyke Gelukzaligheid, kan ook ras onderfcheiden , wat in eene aanwyzinge tot dezelve wezenlyk of flegts toevallig en plaatfelyk is: anders zal hy in de Gefchiedenis in 't wilde febermen, en de fchaal voor de kern neemen, of vervalt door het zien van een zo groote verfcheidenhcid van christelyke Leeritelfelen in eene algemeene twyfelzugt, omdat hy het hoofdpunt, waarop alle de verfchillende christelyke Samenftellen gezamenlyk uitloopen, niet kan vinden.

Want toch iets moet in den Godsdienst in 't algemeen , en dus ook in den christelyken, wezenlyk en onveranderlyk zyn, hoe menigvuldig gewyzigd en vermomd wy denzelven ook in de uiterlyke Bely-

de-

Sluiten