Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vf VOORBERICHT.

derdoop optehelderen. — Ik móet nog het ene en andert vooraf herinneren. —

Wanneer ik fpreke van het Oude gevoelen, wil ik daar mede geen voedfel geven aan dien ongelukkigen twist over oud en nieuw licht. — Nog moet ik er dit bijvoegen, dat ik mij, nu en dan van de benamingen van — gevoelen van ja ks o n i u s , enz. bedienende , daar mede geenzins wil aanduiden, dat die mannen de eerjle of eenigfte geweest zijn, welke voor zulk een gevoelen hebben gepleit. Neen ' Wij bedoelen daar door alleen, dat die mannen meer bijzonder zulk een gevoelen hebben voorgefiaan. Om der kortheid wille alleen hebben wij ons van zulke benamingen bediend. Het is er intusfchen zo verre van daan, dat ik de verdeeldheden over Geloof en Sacramenten , in onze kerk zoude willen voeden , dat ik in het tegendeel mijn gefchrijf wilde doen dienen om wederzijafche zwarigheden wegtenemen, en de oude eensgezindheid te her feilen.

Ik houde mij in dit Stukjen niet bezig met de bevestiging van de leer der ouden uit Gods woord. — Een bevooroordeeld mensch zou daar óver misfchien denken of zeggen, dat wij onze leer wilden bewijzen uit Formulieren, en menfchelijke Schriften. Doch men wete, dat ik voor het tegenwoordige geen ander oogmerk had, dan optegeven, welke de leer onzer kerk is, en geenzins dat ze in den Bijbel gegrond is. Ik wilde toch alleen betogen, dat de oude leer onzer kerk, welke de algemeene leer der Christenheid mag héten, die zwarigheden niet heeft, welke de leer der Sacramenten thans zo moeielijk maakt.

Mtn vindt in dit werkjen dan vtornamentlijk dit,

dat

Sluiten