Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 23 )

„ gen en te geloven zijne zaligheid in dezelve te „ vinden"

Wij zien uit deze plaats, dat geloof ook het Christendom betekent, en gelovigen allen, die het Christendom aannemem Maar — dit blijkt ook uit die woorden, dat iemand alleen dien naam kan dragen, als hij het met zijn hart (met zijn gemoed, zegt de Poolfche Catechismus) het zelve omhelst. Dit alleen bepleiten wij. Een gelovige kan alleen zo genoemd worden., als hij warelijk gelooft — met zijn hart gelooft — anders is het geveinsdheid, en volflxekt geen geloof.

Wij moeten m'er bij nog een weinig nader ftil ftaan. Wanneer wij daar voor pleiten, dat gelovige een waar gelovigen aanduidt , moet men ons wel begrijpen. Wij Hellen niet, dat de Bijbel

van gelovigen — van de Gemeente fprekende

daar door alleen ware gelovigen verllaa. Men noemt dit de onzichtbare gemeente — de onzichtbare Kerk. Zeldfaam fpraken de gewijde Schrijvers daar van. Zij fpraken van de zichtbare Kerk: maar veronderstelden, gelijk zij niet anders doen konden, dat allen ware gelovigen waren, tot dat zij met her of. leven het tegendeel betoonden. Deze zijn ook de denkbeelden van andere Christen-gezindheden. In de Belijdenis der Remonflranten leest men (van de Kerke C. XXII.) — „ Ten tweeden wordt de Kerke

(zicht-,

Sluiten