is toegevoegd aan je favorieten.

Hedendaagsche historie; of, Tegenwoordige staat van Groenland, en Straat Davids.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tfo Groenlandfche Hiftorie I. B.

Aangaande de kalk fteenen, vindt men aan den zeekant veel grof marmer van allerleie kleuren; doch ten grootHen deele wit en zwart met doorloopende aderen. Aan het ftrand vindt men afgebrooken ftukken van rood marmer met witte, groene en andere aderen, die door het geduurig omrollen en aanfpoelenderbaaren eenen zodanigen glans verkrijgen, dat zij het befte italiaanfche marmer niet veel toegeeven. Nopens den eigenlijken lei- of dak-fteen is mij geheel mets bekend geworden , niet tegenftaande hier en daar bedden van fijne zwart grauwe fteenen zijn, die door het ftaan en aanfpoelen der zee in vierkantige ftukken vallen. Dezen mogen veelligt Spat zijn , dergelijken in de meefte fpleeten der klippen van allerlei verwe, en gedeeltelijk half doorfchijnende, worden aangetroffen. Uit het zuiden hebben ons de Groenlanders, als iet zeldfaams, groote ftukken van eenen witten half doorfchijnenden fteen mede gebragt, die gelijk Spat breekt, en daar bij zo week is, dat hij met het mes gefneeden, en met de tanden zonder zwaarigheid verbrijzeld kan worden; insgelijks witten Alabafter-fteen, die noch fchittert, noch gepolijft kan worden, en bij het fnijden tot fijn meel als hair-poeder vervait.

Van Vuur-vafte-fteenen vindt men verfcheidenen , Glimmer, Kat-zilver, en wit, zwart en grauw Marien-glas , doch niet in zulke groote fchijven , dat men, gelijk in Rusland, venfters uit het zelve maaken kan.

Van den eigenlijken Talk-fteen hebbe ik niets gezien , ook geenen Serpentijn fteen. Hier tegen vindt men aan verfcheiden oorden , bijzonder in Bals rivier den vjeek- of Pot-fteen , Olaris (*) , dien eenigen , om deszelfs marmeren aderen, onecht marmer noemen. Dezelve heeft eenen tamelijk langen en diepen loop tuflehen de rotzen. De uiterfte grove fchors beftaat gemeenelijk uit grauwe glimmer en hard glas gelijkende amianth-ftraalen. De meefte week-fteenen zijn van eene afch-grauwe, ook geeb achtige gemarmerde verwe , en niet doorfchijnende. De befte is zee-groen, en doorfchijnende, en heeft dikyverf fchoone roode, geele, en andere ftreepen, die echter

(*) Lehetum, lavetfeb-fleen, Lapis comerfts. Plin. Lapis, qui cavatur torna turque in va fa coquendis cibis utilia, vel ad efculentorum ufus. quod ia comenfi Italiee lapide viridi accidere fcimus. Sed in fipbnis fingulare , quod excalefactus oleo nigrefcit dure* fiitque, natura molUITmus. Plin. Hifi. nat. I. XXIII. c.22,