is toegevoegd aan uw favorieten.

Hedendaagsche historie; of, Tegenwoordige staat van Groenland, en Straat Davids.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Afd. I. Van dé Leevenswijzeder Groenlanderen. 177

cemeenen angfte, op het land hunnen fchuilhoek zoeken, zo worden zij door- vrouwen en kinderen met fteenen en ftokken aangeklampt, en van achteren door de mannen dooiftooten. Deze jagt behaagt den Groenlanderen uitter maaten, en is hun zeer voordeelig , kunnende ieder man op dezelve in eenen dag (altijd moeten hier echter eenige Groenlanders bij een zijn) wel acht ook wel tien ftuks voor zijn deel bekomen.

§• 12.

Het derde zoort der vangfte op het ijs, is ten meeften deele flechts in Disko gebruikelijk, alwaar de bogten, geduurende den winter, mét ijs geflopt zijn en gefchiedt op verfchillende wijzen. Een Groenlander zet zich op het ijs bij een gat, 't welk door den zee-hond, ten einde hij adem mogte haaien, gemaakt is, op een zitbankje, dat flechts één been heeft, en plaatft zijne voeten,om dezelven voor de koude, zo veel mogelijk zij, te beveiligen, cp eenen drievoetigen voetbak. Wanneer nu de zee-hond met zijnen neus bij de gemaakte openinge in het ijs komt, zo ftoot de Groenlander zijnen harpoen in denzelven ^ maakt ftraks eene grootere openinge in het ijs, rukt 'er den zee-hond uit, en doodt hem. Ook ligt de Groenlander wel op eene ijsfleede , naaft de openinge , waardoor de zee-hond, om zich in de zonne te bakeren, gewoon is uit te komen, op zijnen buik ter neder. Naaft aan het groote gat maakt men een kleiner, waarin een ander Groenlander eenen harpoen fteekt, die aan eene lange ftenge vaft is. De Groenlander, die op het ijs ligt, loert zo lange door de groote openinge, totdat hij eenen zee hond onder zijnen harpoen, welken hij met eene hand regeert, gewaar wordt; terftond geeft hij den anderen Groenlander een teken, die hierop met allen geweld den zee-hond doorfteekt.

Indien een zee-hond bij de openinge op het ijs nederligt, zo fchuift zich de Groenlander op den buik naar denzelven, maakt eenige beweeginge met het hoofd, en knort gehjkeen zee-hond, die, daardoor bedroogen wordende, den Groenlander nader laat bij zich komen, en van denzelven doorftooten wordt.

Wanneer in het voorjaar de ftroom eene groote opemn-