is toegevoegd aan uw favorieten.

Vaderlandsche geographie, of Nieuwe tegenwoordige staat en hedendaagsche historie der Nederlanden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

480 HOLLAND,

den van Holland, te verzenden. Desgelyks is van daarj eene Wagen Pofterie aangelegt, op Gouda; waarheen men, alle uuren van den dag, over dep met fteenen beftraten Q'feldyk, reiden kan: en, van daar, met de Bodegravenfche Schuit, naar den Ouden Rbyn, en door dezelven naar Utrecht vaaren.

De talryke Nederduitfche Hervormde Gemeente dezer Stad heeft tot haar gebruik, vier Kerken; waarin, federt den jare 176Ö, XII Predikanten den H. dienft verrichten. De Groote Kerk * die aan S. Laurens toegeweid was, ftaat in de Buiten-Stad, dicht by de gemelde Hoogftraat. Dit is een fraai en zeer groot gebouw. Jammer is 't, dat deszelfs toren, van geen fpits voorzien is. Van binnen pronkt zy, behalven met een' voorrreflyken orgel, met de marmere Graflieden, van verfcheiden Zee-Helden, daar onder ook fommigen, die hun leven in dienft des Vaderlands verlooren hebben: naamlyk, van Mooi, Lambert, de Wit, Kortenaar, de Liefde, van Brakel, en, van Aart en Jan van Nes. Aan die zelve Hoogftraat, meer ooftwaard, dicht by 't Oudmannenhuis, ftaat de Nieuwe Kerk; die eerft voltooid is, in 1682. Deze word ook, de Ooster Kerk, genoemt. De Prince Kerk, die aan de noordzyde der Nieuwe markt, en dus ook in de Binnen Stad ftaat, was, in de Roomfche tyden, de Kerk van 't S. Agniete Kloofter: doch is daarna zeer vergroot en verbeeterd; noch, Iaatft4in den jare 1737^ De Zuider Kerk is, in het Zuider deel en in de BuitenStad, niet verre van de Maas, op een eiland, dat door drie binnen Havens, de Leuve de Wyn en Scheepsmakershaven, gevormd word. Deze is eerft, federt 1651, tot den Hervormden Godsdienft gebruikt.

De Waalsche Gemeente dezer Stad heeft vier Predikantent en ééne zeer fraaje Kerk;ftaande aan het weftelyk einde der meergemelde Hoogflraat, naby het Spinhuis. Zy werd,reeds,aan de Waalfcbe Gemeente ingeruimd, in 1662: dan, na de overkomft van veele Franfche vluchtelingen, geduurende de vervolgingen van 1685 en 1686, veel te klein geworden, voor deze fterk aangegroeide Gemeente; werd zy, in de twe jaren daarna volgende, merkelyk vergroot.

De Engelschen en Schotten, van welke beiden natten 'er veele te Rotterdam zich ter woon hebben neêrgezet, om Koophandel, hebben desgelyks aldaar hunne Kerken. De eerftgenoemden zyn zelfs van twe byzondere Kerken voorZien, naar het verfchil der beiden gezindheden, in welke de

En-