is toegevoegd aan uw favorieten.

Brieven van paus Clemens XIV. (Ganganelli.).

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXVII

BRIEF

82 .BRIEVEN: . fchoon ik ook een Geestelyke ben, dat het nimmer flegter befleed kon worden. Voor eerst, om dat her, hem, dien het toebehoort, moet worden ter hand gefleld; ten tweeden, dewyl de bloedverwanten,in de verdeeling der goederen, altyd den voorrang verdienen; en eindelyk, om dat de armen, die geheel geene middelen van beftaan hebben, boven anderen van ons moeten onderfteund worden.

De Voorzienigheid is de fleun der Kloosteren; zy is het, veeleer dan menfehelyke middelen, die dezelven moet in Rand houden. Geen Orde van Geestelyken is achtenswaardig, dan in zo verre zy Jefus Christus navolgt; maar dikwerf heeft men aardfche oogmerken, in het behouden van een Klooster,zonder te denken, dat de waare Christen hier geene blyvende Stad hebbe, en dat 'er niets gebeurt, dan het geen Gode behaagt.

Ik onderwerpe cgter myn begrip aan het uwe, daar ik nooit gewoon ben hardnekkig myfic gevoelens aan te kleeven. Ik legge dezelve bloot, volgens de infpraak van myn geweten, en neeme alle mogelyke voorzorge, dat dit verlicht zy; want 'er is geen kwaad, 't welk men niet kan uitvoeren, zelfs terwyl men gelooft goed te doen, wanneer men geen anderen leidsman heeft, dan een onkundigen iever voor den Godsdienst. Ik hebbe de eer van te zyn, enz.

ACHT-