Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LXXV]

BRIEF,

ZE-

24 BRIEVEN .Reizen te leezen, en vooral de befchryving, die gy ons geeft van Parys en Frar.kryk. Behalven dat men uw Latyn mag vergclyken met dat van den Heiligen Hieronymus, vinde ik 'er verwondercnswaardige aanmerkingen over alles, wat uwe Uitmuntendheid gezien heeft. Met welk een opflag van oogen ziet gy de dingen ! Hy dringt door tot in het weezen der zaaken, tot in het merg der gefchriften, tot in de ziel der Schryveren. Gy hebt de eer gehad van te Parys veele kostlyke overblyfzels der eeuwe van Lodewyk XIV te zien; groote mannen, die toen nog leefden, om u te overtuigen, dat men die eeuw, niet zonder reden, hoog geroemd heeft.

Niets breidt onze ziel zo zeer uit als het reizen: ik lees zo veele Reisbefchryvingen als ik kan, om ten minften myne gedagten de waereld te doen rond loopen, terwyl myn lichaam op zyne plaats blyft. Hiervan kunt gy verzekerd zyn, dat ik in myne denkbeelden dikwyls te Bresciaben, dieftad, Monfeigneur, die gy verrykt met uw voorbeeld en uwe bevelen, en alwaar gy ieder uur die hulde ontvangt, met welke ik my vereenige met myne gantfchc ziele, u verzekerende, dat ik met diepen eerbied ben, enz.

üoffif, 10 Decemb. 1754.

Sluiten