Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van CLEMENS XIV. 15

■om dat men ons den mantel neemt, en vervolgens onzen rok kan neemen, maar om dat ik vreeze voor eene fcheuring; en hoe veel kwaads zou die niet na zich fleepen, fchoon de Godsdienst nimmer vergaan kan!

Indien de H. Vader, wiens hart de zuiverheid zelve is , zich Hechts de weldaadige bedryven der Franfche Koningen jegens den H. Stoel wilde laaten voorhouden, hy zou zekerlyk niet draalen met het verlangen van lode. vvyk XV,raakende het Hertogdom van Panna, "in te volgen; maar gy weet, dat elke zaak twee kanten heeft, en dat het oogpunt, waar uit men deeze den H. Vader vertoont, volftrekt ftrydig is met de inzichten der Vorften.

Men zal de noodzaaklykheid gewaar worden van te rug te keeren, en, indien dit niet onder deezen Paus voorvalle, zal het onder zynen Opvolger moeten gebeuren; 't geen zo veel te moeilyker is, dewyl cl e mens XIII een Paus is, der eerfte eeuwen der Kerke waardig, door zyne godsvrugt, en dewyl hy verdient gezegend te worden door alle Koningryken, die zyn gezag erkennen.

Het Sacro Collegio kon hem wel vertoogen doen; maar, behalven dat hier de gevoelens verdeeld zyn over de zaak van Parma, en over die der Jefuiten, zou de Paus toch niet anders doen, dan het geene zyn Raad hem zou aan de hand geeven.

Ik

CXXXIII.

brief.

Sluiten