Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fSf4 Utrecht.

de den Rbyn, doch, meeft aan de zuidzyde; ten einde*™ onder deszelfs befchryving, beveiligt te mogen wezen: en4, dat 't getal der Huizen, door den tyd vermeerderende; daal§ toit, eerfl; een Dorp of Vlek; (gelyk 't; by de Oude Schry-'l veren, dikwerf, met den naam van Ficus Trajectum, voor-4 komt;) en, daarna, een Stad geworden is. in de VIIIM Eeuw, ten tyde van Willebrord, moet Utrecht alreeds eeneï Stad geweeft zyn: dewyl men leeft, dat dees' Aartsbiflchopi der Friefen, aldaar, dtie Kerken gefticht hebbe: naamlyky. van 't H. Kruis, van S. Maarten en S. Salvator. Daal die Stad , daarna door de Noormannen verwoeft , zorjfi door den Bifl'chop Baldrik , in den jare 034, wede| herbouwd", en met nieuwe muuren en grachten , om-i ringt geweeft zyn. Immers Heda aanhaald , eenen Brief van) gemelden Biffchop; waarin, hy onder anderen fchryft: „ zdi „ hebbe ik dan, met hulpe van Hem, die , niet de uitwen-i ,, dige perfoonen, maar het harte aanziet, een Brug over": ,, de Gracht doen leggen: de Stad met Poorten doen voor-i „ zien: euz." Dat Utrecht, al zeer vroeg, eene groote4 en, (naar den toeftand dier tyden,) eene deftige Stad moet geweeft zyn, is onloochenbaar: en, blykt, onder anderen, aan die Oude Kasteelen , met geweldige dikke muuren op-: gehaald, die Kanteelen en Schietgaaten hebben, en, voorzien zyn, van groote onderaardfche Kluizen; welke gebou>. wen niet anders, dan tot fterkten, hebben konnen dienen,*! in die onruftige tyden der Hoekfcbe en Kabeljauafche fac< tien; die, in deze Provincie, (gelyk in Holland,~) groote verwyderingen en Binnenlandfche Oorlogen, niet alleen tusfchen Steden en Dorpen, maar ook, tuflchen de eene ety andere Kafteelen, veroorzaakt hebben: hoedanige Gebom wen, die's tyds met den naam van Blokhuizen meeft bé kend, men, in geene andere Nederlandfche Steden, ter minden, niet in zo groote menigte, aantreft. Deze hetfl ben, tot heden, hunne oude naamen noch behouden: als'} 't Keiserryk : Oudaan : Draakenburg : Freezenburg': Blankenburg: Put-Ruwiel: Groenewoude: Ter Hart of Laar: enz. die alle langs de Oude Gracht ftaan. Van ' zelve maakzel zyn geweeft, de Kafteelen Lichtenburg é Hazenberg; die, daarna, aan elkander getrokken, en td het Stadhuis vermaakt zyn. Waarfchynlyk, zyn dezelve n gelyk geweeft, zekere Stamhuizen van Adelyke geflachterti die naar dezelve benoemd geworden zyn. En, alhoewe deze Kafteelen alle tekenen yan een hoogen Ouderdom ver

to»

Sluiten