is toegevoegd aan uw favorieten.

Verhandelingen uitgegeeven door de Maatschappy ter bevordering van den landbouw, te Amsterdam.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LANDBOUWKUNDIG SCHOOLBOEK.

IV. HOOFDSTUK.

Van de fcbadelyke onkruiden, derzelver naameri, den tyd wanneer ze komen en blöeijen, om ze dus voor bet ryp worden der zaaiden tiitteroeijen.

r. Alle foorten van fchadelyke önkrüiden opnoemen;

2; Welke foort op deezen, en welke op een anderen grond het weeligst voortkomt, en het meeste nadeel toebrengt.

31 Welke nadeelen dezelve aan den grond toebrengen , zo door het uitputten der voedende fappen, als door hun loofenranken aan de moeskruiden.

4; Wanneer ieder byzondere foort ikomt; wanneer ze bloeijen, en hunne zaaden tot rypheid brengen , met aanwyzing welken invloed daar omtrent een droog of vogtig faifoen heeft.

5: Hoe men dezelve, zonder nadeel der planten , op de beste en min kostbaarfte wyze in hunnen groei kan fluiten, of daar zynde, uitroeijen, alvoorens hunne zaaden ryp worden

V.