is toegevoegd aan uw favorieten.

Verhandelingen uitgegeeven door de Maatschappy ter bevordering van den landbouw, te Amsterdam.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LANDBOUWKUNDIG^ SCHOOLBOEK. 89

zitter , minder voordeden aanbrengen, maar ook weer vruchten opleveren, die op de kleilanden niet groeijen willen."

5. L. Hoe veelerly foorten van Bouwgronden

worden in ons Gemeenebest gevonden? M. Drie Hoofdfoorten ; Klei- Veen- en Zandgronden.

6. L. Welke forten van veldvruchten worden op

de kleigronden verbouwd? M. Tarwe, Garst, Rogge, Haver, Paardeboonen, Koolzaad, Vlas, Hennep enz:

7. L. Welke foort van Graanen bouwt men op

de Veenlanden ? M. Rogge , Garst , Haver , Koolzaad , Hennep, enz:

8. L. Welke veldvruchten bouwt men op de

zandgronden ? M. Rogge, Haver, Boekweit, Raapenenz:

9. L. Zoude men dan niet tarwe en garst op

een zandgrond, of boekweit en raapen op kleiland kunnen teelen ? M- Neen; de ondervinding leert, dat tarwe en garst niet dan op zwaar land met voordeel kan verbouwd worden, en de boekweit best flaagt in zandgronden.

10. Z. Daar op bet antwoord van de vierde Vraag beweerd wordt, dat alle foorten van Bouwgronden niet even vruchtbaar zyn; waarin is dan het onderfcheid van F 5 de