Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den XXVI. Zondag.

haart hoogs waarde 'in het Christendom, als „ een voortreffelijk bevorderingsmiddel van rust en „ blijmoedig geloof — reine en ijverige deugd — i, en opregte en werkzame liefde en eensgezind« heid, bij de leden van Christus gemeen„ te!" — i) o! wat „ was dat eene blijde ge„ dagte, die de Doop zoo levendig en zoo zeker „ maakte," „ Ik ben met God verzoend! alle „ mijne overtredingen zijn uitgedelgd, als een „ nevel voor de zon! Ik ben van die allen ge„ regtvaardigd! daar is geene verdoemenis voor „ mij! —- Ik ben een ander mensch geworden! „ een nieuw fchepfel in Christus! het oude ,, is voorbijgegaan, ziet! het is alles nieuw ge„ worden! — al wat Jezus zalig maakt, al wat „ God vreest, zijn mijne broeders en zusters!' „ wij hebben ééne roeping, één belang, één lot „ en deel in den hemel!!" Wat helderde hier de doopplegtigheid alle duisternisfen op, verdreef alle bedenkingen en zwarigheden des ongeloofs, en deed volkomen hopen op Gods genade in J. C! en wat kragtigen troost gaf hem dan dat geloofsgevoel bij alle eigen ftruikelingen en zwakheden, maar ook bij al den haat, den fmaad, en de vervolgingen der wereld! maar ook, hoe deugd bevorderend was deze Inftelling des Heeren, -die hem zoo luide toeriep: „ Ik ben een toegewijde „ aan den Vader, den Zoon, den H. Geest •— „ aan den gantfchen Godsdienst van mijnen Heer — ik mag niet anders denken, geloven, leven, P 3 ss dan

Sluiten