Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

£8

Leerrede over

het ons zeer nuttig wezen, dat deze plegtigheid Ides Christendoms in ons Kerkgenootfchap meer wierde geëerbiedigd — ongelukkig is onder ons niet alleen de kragt en de zegen, maar zelfs de uitwendige viering dezer Inftelling, maar al te zeer een' voorwerp van oneerbiedige onverfchilligheid. Het H. Nagtmaal word nog altoos met een zekere plegtigheid gevierd: men bereid er zig gemeenlijk meer of min opzettelijk toe: de houding, het voorkomen, zijn altoos op dien tijd meer of min ernftig en Godsdienftig. Maar de Doop, eene plegtigheid van denzelfden Infteller, dezelfde betekenis, hetzelfde gewigt, word veel al, zonder eenige voorfchikking, op eene losfe en oneerbiedige manier bediend en bijgewoond; en men behoeft de viering van dat bondzegel bij onze Luterfche en Doopsgezinde broeders, en bij andere Proteftantfche Kerkgenootfchappen, maar eene enkele reize te hebben bijgewoond, om overtuigd te worden, dat onze Hervormde Kerk hier immers bij verre de meesten merkelijk ten agteren ftaat! — Ik moet rondborftig erkennen, dat het mij voorkomt, dat de uiterlijke bediening vaa den H. Doop een der wangebruiken in ons Kerkgenootfchap is, dat ten fteikiten om verbetering roept! Neen! men moet de toediening van zulk een bondzegel niet tot een, telkens herhaald, en meest al met veel oneerbiedigen haast afloopend, aanhangzel van de openbare Godsdienstoefening maken! de ieeraars moesten gelegenheid hebben om dat werk

met

Sluiten