is toegevoegd aan uw favorieten.

Hedendaagsche historie; of, Tegenwoordige staat van Groenland, en Straat Davids.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

go Groenlandfche Hiïïorie V. &

den, alzo hy , na vele wonden ontvangen, zyn bloed „ vergoten, en zulk eneangften benauwtheid in zyne ziel „ uitgedaan te hebben, dat zyn zweet werd gelyk grote „ druppelen bloets, die op de aarde afliepen, den dood „ voor hen gefmaakt hebbe. Hy las hen tevens de gefchie„ denis van 's Heilands lyden en deszelfs bloedig zweet „ omtrent den Olyf-berg, uitliet nieuwe Teftament voor. „ By deze gelegenheid opende de Heer het hart van een „ Groenlander, Kajarnak. genaamd, die, tot aan den ta-

fel genaderd zynde , met ene aandoenelyke Iternme over,, luid zeide: Hoe was dat? Zeg my dat nog eens, want „ ik wilde ook gaarn zalig worden (*). Deze woorden, ,, (word 'er gezegt) die ik nog noit van een Groenlander „ gehoord had , gongen my door 't hart, en bewogen my „ dermaten, dat ik den Groenlander de ganfche lydens ge„ fchichte van den Here Jefus, en den raad Gods nopens

het zaligen van zondaren, met ogen vol tranen ontvouw„ de. Middelerwyl kwamen de anderen Broeders vanhun„ ne bezigheden te huis, en begonnen den heidenen den „ weg der zaligheid breedvoeriger, en met vreugde, te ver„ klaren. Zommigcn van hen lagen de handen op de „ mond, gelyk zegewonelyk doen, wanneer zy ene zon„ derlinge gefchiedenis met veel verwondering horen; „ anderen , welken met de zaak niet gedient was, gingen „ ftilletjes en ongemerkt heen ; terwyl ettelyken begeer„ den, dat wy hen ook zouden leren bidden , en wanneer „ wy hen voorbaden , herhaalden zy 't meermaals, ten

5) ein-

(*) Enige maanden voor dezen tyd word het volgende ge* zegt: „ wy werden van een heiden bezogt, welken wy zeiden, „ waarom wy in hun land gekomen waren, namelyk, om dat zy van goddelyke zaken 't enemaal onkundig waren, en, by„ aldien zy zo bleven, niet by God zouden kunnen komen. Wy wilden hen derhalven van God en deszelfs woord onderregten, en indien zy zulks aannamen, en hun belt deden, om het goede naar te komen, zouden ze na den dood met ons by God ko„ men. Hy luifterde , en was 'er ftil by. " Zo verfchillende de ftoffe van voordellen is , zo verfchillende is ook derzelver uitwerking. Doch als zy dit hoorden (te weten van Jefus, den gekruiften, den Here en den Kriftus) werden zy ver/lagen in bet harte, en zeiden —— w$t zullen wy doen ? Handel. II, 3<S' 37-