is toegevoegd aan uw favorieten.

Hedendaagsche historie; of, Tegenwoordige staat van Groenland, en Straat Davids.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gefch. van Nieuw-Herrnhut. 1755. 90,

tof tyd ontving , waren zeer verblydende. Zy beminden elkander als kinderen, leerden by alle zware omdandigheden elkanders laden gemeenzaamlyk dragen, gehoorzaamden hunnen leraar, werden van buiten rykelyk gezegend, en waren allen gezond, terwyl zig de Heer, in hunne Vroeg- en avond - vergaderingen, tot hen als tot fchapen zyner kudde bekende. Dit werdt ook dadëlyk beveiligd, wanneer ze by hunne terug komd tot het H. Avondmaal gefproken werden, waartoe de meeden met een gebogen , genade-hongerig, en vrymoedig hart vergaderden. Ook ba* kende zig de Heiland, als het hooft der Gemeente , die zyn lighaam is, tot zyne leden.

Daarna verdeelden zy zig weêr, naar gewoonte, op de verfcheidene plaatfen hunner neringe, en werden van tyd tot tyd door hunne leraren bezogt. De meeden kwamen weêr tot het H. Avondmaal by een , en, die niet te verre weg waren, ook tot het vieren van den Zondag, als wanneer tevens de kinderen, die buiten geboren waren, tot den doop gebragt werden.

§. 3.

Ondertuflchen ontbrak het ook niet aan heidenen , die tot een bezoek naar Nieww-Herrnbut kwamen, en de vergaderingen, of ook de bediening vanden doop, bywoonden, waarvan ze altoos een indruk weg droegen. In 't byzonder was het bezoek van Zuidlanderen, die naar het Noorden voeren of van daar terugkwamen, zeer flerk. Hoe onwetende en ongemanierd deze lieden ook zyn, ettelykcri van hen waren egter begerig, om te horen : en fchoon ze , naar het fcheen, zo weêr weg voeren , als ze gekomen waren, men kon egter de moeite niet te vergeeffch rekenen; alzo de ondervinding tot hiertoe getoond had, datby velen ettelyke jaren vereifcht werden, eerhetzaad van het Goddelyk woord opkomen kon en hun hart in zo verre veranderen, dat ze flegts het beduit namen, om by de gelovigen te wonen, en op het werk der genade in de dilte te letten. Een van deze lieden bleef'er ten eerden, en velen namen het befluit, om in de naburige eilanden te wonen, alwaar men ze bereiken en nader met hen fpreken kon.

Men heeft opgemerkt, dat gewonelyk eerd tfy de kinG z deren