Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

240 Groenlandfche Hiflorie IX. B.

maal van Angmarfet. Wy hadden toen juin: in het lezen van de Paafch-gefchichte het verhaal van's Heilands openbaring aan de zee van Tiberias , wanneer hy ook met zyne difcipelen ene maaltyd van vifch hieldt en Petrus nopens deszelfs liefde onderzogt; 't welk den Groenlanderen zeer indrukkelyk was. By ene andere gelegenheid ver-

zogten de weduwen een nader onderrigt van het Ilde Hoofdduk in de Handelingen der Apoltelen : wanneer ik hen nu zulks verklaard en vervolgens gezegt had, dat ze heden van de uitllortinge des H. Geedes horen zouden , waren zy 'er zeer verblyd over en konden den bepaalden tyd nauwelyks inwagten. Dit werdt ook met ene zonderlinge graagte aangehoord, en de aanmerking nopens de eensgezindheid en gemeenzaamheid der gelovigen werdt met opene harten ontvangen. De gefchichten van Annanias en Saphira, van Paulus bekeringe, als mede die van den Stokbewaarder, en Lydia , en eindelyk Paulus affcheid van de gemeente te Epbefen, gaven insgelyks aanleiding tot nutte zamenfpraken.

In'de vergadering der gedoopten werdt voornamelykover de Litany gehandeld, en zo wel de onbekende woorden, (want by den Groenlanderen moet men nieuwe en dus onbekende woorden maken, alzozy gene geedelyke taal hebben ) als elke bede in 't byzonder verklaard. Aller harten en oren waren by deze gelegenheid geopend. Op ene andere plaats vindt men het volgende aangetekend: ,, Onze lieden zyn zeer leergierigen willen gaarn zeer veel in hunne gedagtenis bewaren, lk beantwoorde hunne vragen met genoegen, ziende dat daar door de arbeid des H. Geedes aan hunne harten bevorderd wordt; dan by dat alles doe ik hen het ene noodzakelyke gedurig in 't oog houden , hen dikwils het voorbeeld der eerdelingen dezes volks voorhoudende , vooral dat van den zaligen Samuel, Sarab en J'uditb , welker gedagtenilfe nog by hen lieden in zegeninge is, en die by derzelver niet zeer ver gevorderde kennille, als ten welken opzigte dezelve tans door velen , die nog niet tot den Doop aangenomen zyn, overtroffen worden, zulk ene tedere liefde tot den Heiland hebben doen blyken , en door hun woord en wandel den heidenen tot zulke ftigting gedrekt hebben , dat zy daar door zeer veel tot de grote opwekking onder de heidenen toegebragt hebben. "

Van de eerde Gemeente-dagen (welke plechtige en altoos

Sluiten