Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mizpa. jo S

tot den HEERE te Mizpa ; daar uit mag men met recht befluiten , dat Mizpa mede onder die fteden Benjamins geweeft is, in welke fomwylen de Tente de Samenkomjle geplaatft was : en alwaar derhalven , de Godsdienst gehouden wierd. Om die reden , word 1 Mach. III. 46. gezegt: dat te Mizpa, weleer de Plaatze des Gebeds voor Ifraël geweefl was.

Daarna is dit zelve Mizpa, door den Koning Afa merkelyk gejlerkt en tot eene der grensvejlingen , tegen het Ryk Ifraël, bekwaam gemaakt : wordende daar toe gebruikt , de bouwftoffen, die Baëza , de Koning Ifraëls . vervaardigt had , om Rama Benjamins te verfterken. Zie 1 Kon. XXV. 22. vergeleken met 2 Cbron. XVI. 6.

Wy twyffelen ook niet, of 'Mizpa Benjamins . was dezelve ftad, binnen welke die Gedalia , die door Nebukadnezar , na de gevanglyke wegvoeringc der ftammen Juda en Benjamin , tot zynen jledebouder over dit land was aangefteld, zynen zetel en bof ■ boudinge had, naar Jerem. XL. 6. en alwaar hy ook door zekeren lfmaël, verradelyk vermoord wierd, Zie Jerem. XLI. 1 ■— 6. en 2 Kon. XXV. 25. welk ongeval aanleiding gaf, tot de vlucht der overgeblevene Joden , naar Egypte.

Na de wederkeeringe des volks uit Babel, is dil Mizpa door de Joden weder bewoond. Zie Nehem, HL 7, 19. alwaar men leeft, dat die van Mizpa me de aan de herftellinge van Jerufalems muur , gear beid hebben.

L Y S T

een grens? velling x

in welke Gedalia gewoond

heeft*

En die na de Baby lonifche gevaugeuiffe' weder is bevolkt gewor» den.

Sluiten