Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Heerfchappy. 503

vervallen, zich zeiven, mee alle zyne fehatceh, te doen verbranden.

Hierdoor, wierd dit eertyds zo magtig Ryk in twee byzondere heerschappyen gefplitft; waarvan de eene tot de Meden en de andere tot de Babyloniers overging: welke groote ftaeitsverwijfelinge, (myns bedunkens,) door geenen onder de latere Schryveren, ons klaarder voor de oogen afgemaald word, dan door den geleerden G. Outbof (in brevi Min. Monarchie AJJyr., inferta Bibl.

Brem. Tom. V. Fafc. I pag. 1 39.)- Naar de

gedachten van den Heer Prideaux ( Aaneenfcbdkel. des Ouden en Nieuwen Verbonds bladz. 4.) daarin den Aartsbiffchop Ufjërius volgende , zou dezelve, in het 747. Jaar voor Chriftus geboorte, voorgevallen zyn. Hoewel anderen liever met Petavius (Rat. Temp. Part. I. Lib. 2. cap. 4. pag. 56.) deze gebeurteniffe meer dan honderd Jaaren vroeger ftellen: brengende dezelve, tot het 87ö. Jaar, vooi 's Heilands kómfte in de waereld.

Ondertulfchen, heeft de Heer God deze beide Koningryken gelieven te gebruiken, tot werktuigen, om de zonden zyns volks te ftraffen : dewyl , door het eerfte, het Ryk Israüls, en, door hei laatfte, Juda, elk op zyn beurt, te ondergebracht zyn.

Sommigen willen, dat deze ondergang der beide Koningryken Ifraël en Juda , door ééne en dezelve heerfchappy, volbracht zy, naamlyk, der Babyloniers; aan wie'r Koningen , men dan veronderfteldj ook het landfchap AJJyrie federt die omwehdinge te zyn ten deel gevallen ; die daarom, alleen, den titel van Assyrische Koningen, zouden hebben aangenomen, vid. H Guberleth Cbronol. pag. 101 6? 102. Doch, hier tegen ftryd3 dat, na dié gemelde omwèndinge der zaaken, van Kk 2 éi

het welk van elkander gefckeurd, en gedeeltelyk, aan de Meden, gedeeltelyk,aan de Babyloniersverviel.

Deze Ryken hebben , het één , aan Ifraël, en het ander, aan Jadat zeer veele onheilen toegebracht.

De Affyriers, wie'r beerfcbAppy, alhoewel voor een' tyd den Mtdeii onder worpen , zich weder herfteld

!

Sluiten