Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verhaalwyze der Eüangelisten. xl?

ulieden zal my verraaden. De Discipelen zagen, nu eikanderen aan, en waren in groote verlegenheid, wien Hy daarmede meende. Een vanhen, Jezus by uit/lek geliefde Discipel, lag in den fchoot van Jezus, deezen wenkte Simon Petrus, dat hy vraagen zou, van wien Hy dit zeide ? Deeze keerde zich na de borst van Jezus, en zeide tot Hem: Heer! wie is het? Jezus antwoordde hem: Die is hpt, dien ik de ingedoopte heete zal overreiken. Daarop doopte Hy een ftuk broodt in, en gaf dezelve aan Judas Iscarioth, den Zoon van Simon. Als deeze de beete genomen had, nam de Satan volkomen bezit van zyn hart. Maar Jezus zeide tot hem, doe fpoedig, 't geen. gy voorhebt te doen

Phillippus treft Nathanaël aan, en fpreekt tot hem: JVy hebben Hem gevonden, Dien, van wien Mofes in zyn Wetboek, en de Propheeten, gefchreeven hebben. Jezus is het, de Zoon van Jozeph, van Nazareth. Maar (zeide Na¬

thanaël tot hem') kan 'er wel iets goeds uit Nazareth koomen? ——— .Koom cn zie het, hernam

Philippus. Jezus ziet Nathanaël na Hem

toe

(t) Volgens de vertaalinge van eenen royner Vrienden , Joann. XIII.

Sluiten