Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

* C 20- ) *

past, hier van verbeeteringe des harten, en het gewennen aan de plichten van heiligheid te gewaagen? Weet hy niet, dat het een groot, een zeer groot onderfcheid is, eene Waarheid te kennen, te verftaan en te bevatten; of een verdorven hart, op den grond van gekende Waarheden , zyne aangeboorene neigingen, driften en geliefkoosde zonden te doen afwennen, en zich tot de oeffening van deugd te gewennen?

Kan het eerfte, het aan leeren van Waarheden, een werk des verftands, niet genoegzaam, oogenblikkelyk gefchieden; daar het laatfte den geheelen leeftyd van een mensch vordert? om dat het de verandering van den wil betreft. En kan dit gewennen aan heiligheid, zo als het de Autheur gelieft te noemen, gezegd worden, ofonderfteld Worden van een geheel gedacht van menfchen te .gefchieden ? Daar het zeer mogelyk is, eene geheele meenigte menfchen, op een oogenblik, om zo te fpreeken, eene Waarheid te doen bevatten.

Raakt dan deeze redenkaveling hier wel kant of wal? De Autheur vindt goed, een gezegde van den Apostel Paulus aan te haaien, het geen te vinden is Gal. IV. en hetzelve, buiten twyftei volgens de hedendaagfche vorderingen in de uitlegkunde, waar aan ik echter geen deel begeer te neemen, op zyn onderwerp toe te pasfen. Die het gezegde van den Apostel daar ter plaatze eenvoudig naleest, en met de woorden des Autheurs vergelykt, zal het gebrekkelyke van die toepasfinge (om niets meer te zeggen) terftond óntwaar worden. Immers de Apostel fpreektvan een Erfgenaam, die fchoon een Kind, nogthans Heer, Eigenaar, Bezitter is van zekere goederen; maar die door den wil des Vaders voor een' tyd onder Voogden ftaande, even daarom een Knegt gelykt, zo lange hy onder die Voogdyfchap Haat: en de Apostel past dit toe op den ftaat der Kerke onder de Huishoudinge der Wet, toen zy als in dienstbaarheid onder de plcgtigheden dérzelve gehouden wierd ; zal nu hier door by mogelyk-

Sluiten