Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III. Afdeel.) DER VERLOSSING. 27

zelve gefchiedt. Deze drie tydperken worden bepaald, door den Ingang; den Doorgang; en den Uitgang van het hoofd der vrucht: in; dóór; en uit; de beenige buis van het Bekken.

In het eerfle tydperk, derhalve, zakt het hoofd in de bovenfte doortocht: — in het tweede tydperk daalt het van de bovenfte doortocht naar de onderfte doortocht: — en in het derde tydperk gaat het de onderfte doortocht uit.

§ 33. Deze drie tydperken hebben niet alleen plaats , wanneer de vrucht het hoofd éérst aan de geboorte aanbiedt; maar ook, wanneer de tronk éérst geboren word: alleen met dit on derfcheid, dat het hoofd alsdan in eene omgekeerde richting, met de kin vooruit, zynen loopftreek volvoert.

§ 34. Wat nu betreft de bepalingen der afmetingen van het hoofd; en die van het moederlyke bekken : dezen zullen wy voordragen, zoo als dezelven door baudelocque zyn opgegeven; behoudens evenwel de eene en andere aanmerking , welke wy achter dezelven zullen laten volgen. Zy zyn gefchoeid op de Paryfcht Voetmaat, (Koningsvoet, ) die een weinig grooter dan de Rhynlandfche voet is, en toi denzelven ftaat als 100. tot 96. [a],

§ 35'

£a] Allernaaukeurigst als 14400: I39I3* dus 100: p6|.

Worden ia achtgenomen by allo Verloalingen, zoo wel by die mee den tronk, als met het hoofd vooruit.

Bepalingen van de Afmetingen van het hoofd der Vrucht.

Sluiten