is toegevoegd aan uw favorieten.

Het werktuiglyke der verlossing verklaard, betoogd, en herleidt tot één algemeen grondbeginsel.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

flïLHoofdpO DÉR VERLOSSING: a2j

van de kin begint, en aan het einde van den pylnaad by de achterfte fontanel eindigt: — en bygevolg kan, in dit geval, of de achterfte fontanel, of de kin, aan de cayitas eotyloïdea beantwoorden.

§ 347. Wy zullen een begin maken met de eerfle ligging: vooronderftellende dus, dat de achterfte fontanel tegen de cavitas eotyloïdea; en de kin tegen de fchuinstegenovergeftelde fymphyfis facro - iliaca , geplaatst zy: — waarna wy (in § 355') de kin naar de cavitas cotyloidea; en de achterfte fontanel tegen de fymphyfis facro - iliaca, befchouwen zullen,

§ 348. Met betrekking dus tot die plaatfing, waarby het hoofd deszelfs fchuinfche afmeting aan den bovenften doortocht aanbiedt, met de achterfte fontanel naar de cavitas eotyloïdea', en de kin naar de fymphyfis facro - iliaca: behoort men, in 't algemeen, aan te merken, dat het niet moeilyk zy deze ligging zich te verbeelden. Het vóórkomen toch der fchuinfche oppervlakte onderfcheidt zich al aanftonds van het vóórkomen der voorwaardfche daarin: dat by de laatfte het voorhoofd; en by de eerfle de kin; aan de fymphyfis facro ■ iliaca beantwoorde.

§ 349. Men houde nu verder op 't oog dé bevorers gemelde lyn, die, in de achterfte fontanel beginnende, in de fymphyfis van de kin eindigt, cn de grootfte afmeting van het hoofd P be-

In icte

1 ig?ing kunneh driejer4 lei oppervlakten van het hoofd aan den ha<