is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven gevoelens en zonderlinge reize van den land-jonker, Govert Hendrik Godefroi van Blankenheim tot den Stronk.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN BLANKENHEIM. 99

», flisfen niet alleen hun eigen lot, maar ook het lot van zoo veele die uit hun zouden heb„ ben kunnen gebooren worden ? moeten zoo „ veele millioenen lediggangers leeven door het „ zweet, en de zorgen van andere, en dat wel „ arbeidzaame menfchen?

„ Wij móeten gefladig bidden, ik beken het, „ maar bidt ons hart of bidden Hechts onze „ lippen? — en waar voor bidden wij? hebben „ wij niet allen overvloed? eeten wij niet als de „ rijklte Vorftinnen van het Oosten? zijn wij „ niet warm gekleed? behoeven wij rijkdommen

te verzamelen voor onze nakomelingen ? hoe „ kunnen wij dus met dien aandrang bidden „ welken een mensch gevoelt, die dit alles moet

misfen?

„ Zal een Vader of eene Moeder, welke met „ een aantal kinderen zijn gezegend, maar wel,, ke door veele rampfpoeden bedreigd , voor„ zien, dat zij binnen weinige dagen geen voed„ fel meer zullen hebben voor hunne hongerige „ telgen, zullen deze met geen meer warmte en „ ijver den Bellierder der waereld aanroepen ? om ,, brood fmeeken voor hun en hunne ongelukkige „ kinderen? zullen deze, indien zij den godde„ lijken zegen ontvangen, niet vu uriger danken',

zullen zij, de behoefte of de pijnigende angden „ voor behoefte kennende, den noodlijdenden niet ,, meer hulp bieden dan wij, die noch behoefte, „ noch fmarten, noch bittere zorgen kennen?

„ Wij alleen gevoelen eene andere kwelling, G* „de