is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven gevoelens en zonderlinge reize van den land-jonker, Govert Hendrik Godefroi van Blankenheim tot den Stronk.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN BLANKENHEIM. 197

margo . (m et neer geflaagen oogen opftaande.)

Waarom niet liever te bekennen dan te veinzen , omtrent alle mannen was ik te voren 011verfchillig — (al zuchtende) doch voor u — eer echter deze vonken — het zal het best zijn, Baron! dat ik mij van u verwijdere , de reden en mijn pligt gebieden zulks.

de baron, (haar weerhoudende en haare handen hufchende.')

Hoe, genadige Freule.' zoudt gij mij nu reeds verlaaten, zult gij u weder op nieuw bloot Bellen aan beledigingen van een onbefchaafd gemeen? waar zult gij weder een Edelman vinden , die u tegen alle aanvallen beveiligt ? ei lieve ! laaten wij, onder een glaasje, nog eens met ernst fpreeken over onze alomme vermaarde geflachten.

Margo liet zich eindelijk met veel moeite overhaalen. De Baron werd vrolijk; zijn beminde veinsde de kracht van den wijn reeds te gevoelen.

De duisternis, de wijn, de eenzaamheid, de verleidende gefprekken, de lange afweezigheid van den Edelman van zijne getrouwe Gemaalin maakte hem tegen zijne gewoonte onderneemend, hij begon de gewaande Freule te kwellen en te plaagen, bij welken eerften aanval zij behendig zijne gouden Snuifdoos uit de zak haalde, en dewijl zij nu oordeelde, dat zij den dag wel had befteed, verzekerde zij den Edelman , dat de tijd verloopen was, dat, zoo zij nu niet terug kwam, haar familje in groote ongerustheid zijn zoude; zij verzocht echter "met veel aandrang tegen deu. volN 3 gca"