Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a4 karei» van

boerten der vogelen, en van het fpeelen der karper* in den vyver, denkende by my-zelven: alle dieren, ja al het gewormte kan de zoetigheid der liefde fmaaken, aljeenlykwy meisjes niet, en eenige dieren, welke onder de heeifchappy van .den mensch, den tiran, ftaan. Wy fmagten van dorst, myn kind! en veelen van ons gaan uit de waereld, zonder ooit haaren dorst geftild te hebben, en de meesten, die denzelven flillen, ontvangen vergif en gal, in plaats dat zy gelooven zoeten most intedrinken.

Hierover meer in myne eerstvolgende. Daar komen de twee kleine meisjes, die ik onderwyze! Die lieve fchepfelen huppelen en fpringen rondom my. Wanneer zy wisten, dat zy na tien jaaren even zo rampzalig zouden zyn, als wy alle beiden, het huppelen zoude hen wel vergaan.

By voorraad geef ik u den raad , dat gy alle moeite doet, om dien jongen man, die u zo wel behaagd heeft, te vergeeten. Dat dit u moeijelyk zal vallen, geloof ik zeer Wel, Maar ik kan u thans geen anderen md geeven,; onder de hand zal ik moeite

doen,

Sluiten