is toegevoegd aan uw favorieten.

Karel van Karelsberg of Tafereel van de menschelyke ellende.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

234

KAREL VAN

„ fchrikkelyke damp, dat het op hetmid„ den van den dag nacht wierd, en een „ flank, welke zeer fterk was, zo dat 'er

niemand flaan kon van den damp en ,, flank, welke zich verfpreidde over de ,, geheele aarde.

„ En daar ontitond een groot gedruis, ,, en 'er wierden boeken byëen gebragt,

als zand aan de zee, zo dat niemand in ,, ftaat was, om dezelven te tellen, zo „ groot was het getal. En zy wierden

allen geworpen in het vuur, en 'er ont-

ftond eene zwaare hitte, zodanig dat „ de bergen fmolten, als wasch.

,. En ik zag eenen Engel vliegen mid-

den door den hemel, die riep met eere „ luide ftem, en zeide: Lof, eer en prys „ zy onzen God! Want hy heeft zich ,, ontfermt over de menfchenkinderen, „ en de ketenen verbrooken, waarmede ,-, hun verftand gekluisterd was, van het „ begin der fchryfkunde af. Nu zyn de ., geesten der menfchen verlost van de „ banden des doods, en van de ketenen ,, der duisternis, welke hen gevangen „ hielden. Hierom verblyd u, 6 hemel!

„ en