is toegevoegd aan uw favorieten.

Karel van Karelsberg of Tafereel van de menschelyke ellende.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KARELSBERG. 233

„ en gy aarde! wees vrolyk.en bid aan „ in heilig fieraad.

, En ik zag vervolgens, en zie, daar ,, was een zeer groot volk, dat ver,, flrooide zich onder alle vier winden.

En Ik vroeg den Jongeling, die myna „ hand hield: Heere! wie zyn deeze?

„ En hy antwoordde en fprak totmy. „ dat zyn de Leeraars der waarheid , die „ de Heere uitzendt in de geheele wae,, reld, om het verftand der menfchen „ te zuiveren van dwaalingen, en de „ vermogens der kinderen, welke de ,, Eeuwige in hen geplant heeft, voor , bederf te bewaaren.

En ik vroeg wederom, en fprak. ,, maar zy hebben immers geen zwarte j-, kleederen noch mantels?

., En hy fprak verder, en zeide: de „ zwarte kleur is de kleur der duister» „ nis, en het betaamt in 't vervolg niet, „ dat zy, die de Heere Zebaöth verkoo„ ren heeft, om het licht onder de „ menfchen te brengen, de kleur der „ duisternis draagen.

„ En na deeze gefchiedenisfen kwam

'er