is toegevoegd aan uw favorieten.

Karel van Karelsberg of Tafereel van de menschelyke ellende.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KAR.EL VAN

'er een groot volk op, en bedekte den ,, aardkloot. Zy waren mannelyk, lieffelyk, en fchoon te aanfchouwèn. Ik zag „ bruine jongelingen, die in hunne ar„ men hielden jongkvrouwen, welker wangen lieftelyk waren , gelyk den dageraat, en haar oogen glinfterden, ge* ,, lyk de fterren Gods. Ook zag ik vrouwen, die waren allen vol van kracht, elk hield den zuigeling in haaren arm, „ die vriendelyk aan den vollen boezem fpeelde, waarop de hairlokken nêerhin,, gen. En de lonken , welke zy wierpen „ op de zuigelingen, waren gelyk de „ lonken der Engelen Gods. Naast haar „ ftonden flerke mannen, die hunne oogen „ in dit gezicht weidden. Ook zag ik „ baarenden, die binnen weinige oogenblikken, zonder vreemde hulp, haare „ kinderen ter waereld bragten. En ik zag wyd en zyd rondom my, en zie, „ onder alle de menfchenkinderen wierd „ 'er niet één gevonden, die gebogcheld, of van de pokken gefchonden, noch „ een zodanige, wiens beenen krom „ waren gegroeid, noch een mensch zon-

, der