Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3<50 KAREL van'

de plaats te bezoeken, alwaar de grond gelajd was tot alle myne geneugten en angften , welke ik daar ondervonden heb.

Tevoren had ik nog eerst aan hen. Rïötte en aan den Predikant rollow gcfchreeven, en op het ailervriendelykfte verzocht, dat my vergund mogt worden , om nog eens by hem te moogen komen, en my te moogen verdeedigen, maar ik had geen antwoord ontvangen.

Deeze beleediging was my ondraaglyk, en ik begon onder het wandelen reeds eenen zeer fchamperen brief aan den Predikant te ontwerpen. Doch ik was naauwlyks tot op de helft gekomen , of ik wierd in myn ontwerp gefioord. Ik zag eenen man voor my gaan, die in zynen gang en in zynen kleeding zeer wel naar den Predikant geleek Hierom verdubbelde ik myne fchreden, en overtuigde my welhaast, dat hy 't indedaad was.

Kunt gy, zeide ik, zodra ik by hem kwam , het verantwoorden, dat gy eenen onfchuldigen zodanig kwelt? Ik zal my-

zej.

Sluiten