Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X a r e l s b e r o. 35-

Ik. En waarom zyt gy dan zo dwaas, dat gy foldaat wordt, daar gy van üw ambacht wel zoudt kunnen leeven?

H y. Ik ben 'er toe genoodzaakt geweest, myn waarde Heer! Soldaaten leven een armoedig leven ! Ach , Heere Jefus Christus!

Ik. En waarom hebt gy dan door de fpitsgard moeten loopen ?

Hy. Ik ben gedeferteerd, myn waarde Heer! gedeferteerd ben ik. Ik heb een meisje — ik heb haar trouwbelofte gedaan.

Ik. En waar woont üw meisje?

H y. In Grunau, myn waarde Heer!

Ik. En haar naam?

Hy. Is Charlotte Rubner.

Ik. Wat? Charlotte Rubner? Dan is uw naam misfchien selbiglr?

H y. (My ftyf in je ongen ziende; Kent myn Heer my dan ?

Ik. Ik ken u niet ; maar wel uw meisje.

BJydfchap en argwaan, vrees, hoop en liefde worftelden in zyne ziel , en waren in zyn gelaat te leezen. Hy zweeg een poos;

C a ver

Sluiten