Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KARELSBERG.

a4r

verfchilden in eenige Hukken van gevoelens. Door ftandvastigheid dagt ik haar zo verre te brengen, dat zy myn gevoelen omhelsde, maar ik had my vergist; het meisje ftond vast op haar gevoelen, en gaf de hand aan den Hofraad gkimlin. Het hart zal ik nog wel hebben, maar dit maakt my Hechts te ongeruster.

Zodra ik hiervan naricht ontving, verviel ik in eene zwaarmoedigheid , welke noch ik , noch myne vrienden in ffaat waren te verftrooijen. Gelyk een wandelaar, die verdwaald is, in He duisternis omzwerft, de hoop opgeeft, om het doel van zynereis te kunnen bereiken, en nu elke flikkering, elk dwaallicht volgt, zonder lang te over.leggen, of het hem naar het nocrJen of naar het zuiden leidt, volgde ik eiken wenk tot verfirom'jingen, en verviel van het ééne uiterfte tot het ander.

Zo deed ik ook eene reis naar Troppenhtim, in de hoop om daar genoegen te vinden , maar ik vond ze niet.

In eenen aanval van mismoedigheid vatte . ik de pen op , fchreef eenen brief aan Mevrouw g a i m l , N, en gaf haar eene fchets IV. Dm. q

Sluiten