Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1548. Den 10, 11 en 13. October.

Den Koningh van Denemarcken te verfoecken,dat niet en foude toelaten, dat de Schotten onder Noorwegen komen leggen.

In de materie van Congé,

C 514 )

te by my daer van gemaeckt, onder my wefende, en was het felve de Keyzerlijcke Majefteyt wel aengenaem , die oock fulcks op elck poinct ons dede antwoorden by den Cancelier van de Ordre.

Den 11 October 1548.

T-TEbbe ick den Heere van Eecke van wegen de Staten, ter begeerte van die van Delft ende Amfterdam, feeckere Requefte gegeven , omme by de Keyzerlijcke Majefteyt gegeven te werden provifie, dat den Koningh van Denemarcken niet en foude toelaten dat de Schotten, wefende fijne Majefteyts Vyanden, fouden komen leggen onder Noorwegen, en daer befchadigen ende nemen de Koopvaerders van defe Landen , maer dat de felve aldaer foo veyligh fouden mogen Negotiëren, als de Onderfaten van den Koningh van Denemarcken doen in defe Landen, volgende de Tractaten cn Receffen daer van gemaeckt: Waer op den Heere van Eecke my voor antwoorde gegeven heeft, dat hy door onthiet van de Majefteyt van de Koninginne, feecker Verbael hadde gemaeckt, het welck hy hare Maj. binnen twee dagen foude leveren, en dat hy hier inne foude doen remedie ftellen, als hy oock gedaen foude hebben , al en hadde ick de voorfz Requefte niet gegeven.

Den 13 October 1548.

T-JEbben de Staten, als Gedaeghden, contra den Procureur Generael, gewonnen haer

Pro-

Sluiten