Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1554-~ den 28. Augufti.

hoort te appelleren.

De antwoorde van die van Maeftricht by den Advocaet gelevert die van Dordrecht.

Rapport op de uytvoeringe van de Granen.

Rapport op de Requefte van drie Perfoonen van Nieuwenbrugge, verfoeckende quijtfcheldinge van de koften van'tPrcces.

I ( c24 >

niet en behoorde te vervolgen, dat het felve foo wel reo als attorï toegelaten foude werden , en dat den voorfz derden September.

Eodem, naer dat den Advocaet de voornoemde Gedeputeerden verklaerdt hadde, dat hy de antwoorde ontfangen hadde van die van Maeftricht, op hare voorfz Requeste, heeft de felve gelevert den Penfionaris van Dordrecht, Hoogelande, om die in den fynen te communiceren, en op de naefte Vergaderinge breeder daer op te refolveren.

Eodem , op het aengevcn van die van der Gouda, daer by fy verklaerden, dat, alfoo de Granen nu redelijcks koops waren, hen oorbaer dachte te vervolgen de uytvoeringe van dien, niet tegenftaende feker Placaet, ter contrarie fuftinerende en disponerende , hebben mede rapport genomen als vooren.

Eodem, hebben de voornoemde Gedeputeerden mede rapport als vooren genomen, op het innehouden van de Requefte van feeckere drie Perfoonen van Nieuwenbrugge, verfoeckende quijtfcheldinge van de koften daer inne fy by den Grooten Raede, tegens de fes groote Steden gecondemneert waren, ter caufe van de Brouweryen die fy op het platte Landt hadden doen ftellen, contrarie feker Oétroy,

Eo-

Sluiten