Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 37 )

„ heel beroofd is. 3 ) Dat een zodanig „ dier van deze bezwijming, indien zij niet te „ ver gekomen is, herfteld word , wanneer „ men met de mofet, waaiïn het begint te „ bezwijmen , fpoedig zuivere lucht ver„ menge."

Indien deze proefnemingen ter bevestiging van uwe Helling zouden dienen, dan zouden zij moeten bewijzen, dat de mofet, het zij afzonderlijk, of met vaste lucht gemengd, uk haren eigenen aart, onfchadelijk is, en alleen in zo verre, voor de ademhaling der dieren, niet toereikt, als zij dezelven van levenslucht berooft; op gelijke wijze, als het water, den toegang der dampkringslucht na de long, in de drenkelingen, affnijd. Dat zij ondertusfchen 'er zeer verre afzijn, van dit te bewijzen, en veel eer het tegendeel aantonen, zal een onpartijdig onderzoek klaar doen blijken.

Deze proefnemingen zijn , naar mijne gedagten, van onderfcheidene natuur. De eerfte, waarin een dier nog enigen tijd, naar mate van zijne benodigde, en de voorhanden zijnde hoeveelheid lucht, blijft ademhalen , en eindelijk niets anders als mofet en vaste lucht kan inademen, is op gene drenkelingen, die, C 3 °P

Sluiten