Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

30 I. Verhandeling over. de

„ zou te veel tijd wechneemen. 'tls derhalven denkë. „ lijk, dat de wateren der zee hier verdeeld wierden 4 „ en dat de Israëlieten daar door trokken, naar- den „ oostoever digt bij de Bronnen van Mofes dat een „ groot end weegs in de zee is, binnen welke plaats „ de fchepen nu ten anker liggen. Men heeft ook „ hier te lande eene overleveringe: dat de Israëlieten „ door de zee zijn gegaan ter plaatfe daar nu de Sche„ pen ankeren. Dc Roode zee ligt hier, na genoeg, „ noordoost, en zuidwest. De HEER zond een* „ fterken oosten wind dien ganfchen nagt, waar dooï „ Hij de zee deed wechgaan; maar daarop kliefde „ Hij ook de wateren derzelve, en maakte de zee „ droog. Men kon wel zeggen, dat de wateren aan „ hunne rechterhand waren , als de zee door de na„ tuurlijke oorzaaken van wind en ebbe was te rug ge„ weken; fchoon men niet zoo wel kon zeggen, dat „ zij hun een muur aan hunne rechterhand waren; „ gelijk men geenszins kon zeggen, dat zij hun een „ muur aan hunne {linkerhand waren, als het water „ naar het zuidwesten of naar hunne rechterhand was „ te ruggegaan: maar de wateren ftonden op eerren „ hoop, en waren hun een muur san hunne rechter

en aan hunne flinkerhand". Dus pleit 'er zeer veel waarfchijnlijkheid voor 't gevoelen van den Hr. Pococke , 't welk het middenfte is tusfchen de twee eerstgemelda gevoelens; dat van Niebuhr, die het te verre naar 't noorden, en dat van den Hr. Shaw, welke de doortogt te verre naar 't zuiden zoekt.

Ik weet wel, dat de laatstgenoemde zijn gevoelen nader bepleit heeft, in den aden druk van zijne reize

Sluiten