Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ISRAËLS REIS VAN SlNAI NAAR HOR. 140

„ fchied weezen, dewijl die in alle oude overzettingen mede gevonden wordt. Maar in het Wet» „ boek der Samaritaanen is de rechte Schriftuurlijke, „ zoo niet de oorfprongelijke, bewaard gebleven; „ welke net overeenkomt met Num. XXXIII. Waar„ om ik verkoozen hebbe dezelve in mijne uitbrei„ ding van de Engelfche vertaaling over te brengen, „ verzekerd zijnde dat die lezing overeenkomt met „ de fchrift, fchoon men al onderftellen wilde, dat „ zij de oorfprongelijke lezing van deze plaats niet „ geweest, maar door den uitfchrijver van het „ man'taansch Wetboek hier uit Num. XXXIII. inge„ voegd is, daar integendeel de tegenwoordige lezing „ van den Hebr. tekst (naar mijn gevoelen) bedorven „ is , en daarvan geene rechte fchriftuurlijke lezing „ zijn kan." (*).

De Heer Wal, ook een fchrander Engelschman, helt daar toe over, dat deze twee verfen hier, bedorven en buiten haar orde, zijn ingelascht. „ De manier, zegt „ hij, waar op oudtijds de heilige boeken en alle an„ dere dingen gefchreven werden, was, dat men losfe „ bladen of ftukken perkament geheel vol befchreef, „ en als het eene ftuk ten einde was, het volgende „ der reden op eèn ander blad begon. Of men nu „ zou mogen denken, of dat het eenig kwaad zou zijn „ te denken, dat de eene of andere uitfchrijver

„ eene

(•) In 't zelfde gevoelen is de doorgeleerde Hr. Bernard in rij. ae aantekeningen over Jof. Ant. Lib. IV. C. IV. §. 7. p. »o8. Ed. Mav.

Sluiten