Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24 J O O D S, C H E

hoe zegent u mijn ziel, dat gij mijn geheimen voor u houden en mijn klagten horen wilt! 't kan zijn, mijn Vriend! dat ik over zaken van Religie te zwaar denk: evenwel ik vrees, dat zo te denken, als gij, meer dartel en onbezonnen , als bedaard en welberaden is. Zullen wij daar mede voor God vrij raken, dat wij de Religie voor de geleerden gelaten hebben Ms "dat een zaak van weinig belang; of Mofes, en Jefus bedriegers of Godsgezanten zijn geweest? Zo eens het laatfte, wat dan voor hem hier na te wagten, die beiden of één van'beiden verworpen heeft? och! mijn lieve Vriend! was ik zo gelukkig als uw Willem! de braavfte man ! — Ik heb reeds lang gc-weeten, dat men over Jefus bij de Christenen niet even eens dacht, en dus komen mij die boeken,

en de briev van onzen vriend Samuè'1 C

niet vreemd voor. Evenwel daar zo onbezonnen uit af te leiden, al wat men van Religie fpreekt is zotternij , dunkt mij, gaat niet door. Zo gij nog eenige eerbied hebt voor onzen wetgever Mofes; zult gij mij toeftemmen, dat, al dorften Korah, Dathan en Abiram hem verachten en tegen hem opftaan, dit op zijne waardigheid geen inbreuk deed, noch zijne wetgeeving en inftclh'ngen hier nadeel bij lijden konden: even weinig, als eene Overigheid

Sluiten