Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tien dagen lang een wanhopigen tegenstand hadden geboden, verslagen, juist één dag voordat het detachement infanterie met de pas aangekomen oorlogschoener Kameleon, uit Pontianak ter hulp gezonden, Pamangkat bereikte.

Hoewel de Regeering de noodzakelijkheid van het ten onderbrengen der Thai Kwong-Chineezen inzag, had zij uit gebrek aan beschikbare troepen en

\ Europeesche compagnie van het 13de bataljon, 72 man, onder kapitein Bade ; ] inlandsche compagnie van het 13de bataljon, 144 Madoereezen, onder kapitein Crena;

20 walbus-schutters, 1 officier; 4 mortieren, 25 man, 1 officier.

transportschepen voorloopig slechts een kleine macht onder de bevelen van den luitenant-kolonel der infanterie Sorg op drie schepen naar Borneo kunnen doen overvoeren.

Zijne instructies luidden: Sambas en Pontianak te dekken; de koeboe van Sedouw te nemen; de prauw te vernielen en met den Resident te overleggen,

of het noodzakelijk was andere punten op de kust te bezetten en door een sterker krijgsmacht de Thai Kwong tot onderwerping te brengen.

Wanneer later de rest van het 13de bataljon met artillerie en sappeurs zou zijn aangekomen, moesten Pamangkat en Singkawang bezet, en Sambas en Pontianak met mobiele colonnes versterkt worden om den val van Montrado voor te bereiden door het de gemeenschap met de zee af te snijden.

Bij zijn vertrek van Batavia, op den 13den Augustus, was Sorg van den val van Pamangkat nog niets bekend en had hij dus dienaangaande geene instructies ontvangen. Nu het hem echter bleek, dat de Thai Kwong's daar steeds nieuwe versterkingen opwierpen en de blokkade-flotille uit hun strandbatterijen trachtten te verontrusten, besloot hij hier zijn eersten aanval te doen, daar Sambas voldoende tegen overrompeling gedekt was.

Zijn troepen, versterkt met een detachement, van 2 officieren en 1 2 Europeanen, den 6den September door Z. M. stoomschip Borneo aangebraoht, en met 20 matrozen van dien bodem, stelden hem daartoe in staat.

De gesteldheid van het terrein om Pamangkat blijkt voldoende uit de hier bijgevoegde schets.

Wegens de diepe modder der oevers kon men slechts bij hoog water, gedurende één uur van de twaalf, aan de mondingen der kreeken landen.

Op den top van den begroeiden Peniboengan-heuvel was een benteng opgericht, met tjonto's (waaruit gevuurd werd met kogels van tot 2 Amst. pond)

en lilla's bewapend.

Het kongsi-huis, door een weg met den passar verbonden, bestond uit een aarden redoute, 73 pas lang en 67 breed, met twee kleine bastions. Zij was omgeven door een borstwering, waarop eene ijzerhouten palissadeering was aangebracht en waaromheen een ondiepe modderachtige gracht was gegraven.

Deze positie was, naar men veronderstelde, met 4 a 5000 Thai Kwong bezet, van welken zevenhonderd met geweren waren gewapend.

Nadat drie vruchtelooze pogingen daartoe gedaan waren, werd eindelijk in

Sluiten