Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijk, geritsel, geslagsnaam, geti'aallied.

33) Meervoudsv. en verkleinwoorden: koek, koets, lamp, leest, lust, lont, mond, mand, muts, mensch, maand, mast, nacht, nest, nicht, horstel, bottel, bundel, cijfer, cipier, dame, dorpel, dreumel, duiker, egel, knop, bus, das, jas, lis, mes, lijf, schuif, schroef, gans, grens.

34) In den tegenwoordigen tijd zegt men: Ik begin, gij begin(t) en hij begin(t) en in den verleden tijd: Ik begon, gij begont en hij begon. Doe zoo ook eens de werkwoorden : breken, geven, varen, grijpen, liegen, hangen en slapen. Wat noemt men den stam en welke zijn de uitgangen dezer werkwoorden?

35) Verbeter: goospe ntttng, godjelaar, grettabier, gruttrbrij, guiteftreek, guitrrri), gtmttaltic, hakkelaar, tjallcfbakke,* ijalsbreelurii, tyammcibet, Ijautgcmccn, haanepoot, Jjantoabsfl, J)oot>elling, Ijarlekm, Ijaaoruloos, tjarrrnas, twelip, Ijeeretjuifl, Ijcmclljoog, Ijcrtetikoj), Ijooiggraat.

36) Meervoudsv. en verkleinw.: bak, baak, bal, baal, bek, beek, ben, been, bet, been, bom, boom, bot, boot, del, deel, den, Deen, hak, haak, hal, haal, ham, haam, kap, kaap , kop, koop, knop, knoop, man, maan, mat, maat, pen, peen, plag, plaag, plat, plaat, pol, pool, pok, pook, ram, raam, schal, schaal.

37) Schrijf van de volgende werkwoorden de 3 personen enkelvoud in den tegenw. en in den verleden tijd: leeren, hakken , vreezen, lezen , vinden, zingen, eten, zitten, graven en hangen, en maak de zinnen ontkennend door er het woordje niet bij te plaatsen.

38) Verbeter: hooppeloos, huichelaar, huülebalk, halfbakke, huisselijk, interest, japanees, janever, jokenaar, juttenpeer, juwelier, kabbeljaauic, kabbinet, kammenier, kanarie, kannonier , kapellaan, kappitein, kappitel, karreman, kastellijn, kasttanjes, kattenbak, kersenboom, kersetaart, keullenaar.

39) Meervoudsv. en verkleinw. van de onderstaande woorden, met enkelen en met dubbelen klinker; als schar, schaar; schol, school; schor, schot, smak, stal, star, stek, stel, tak, tal, ton, slot, vlag, vlot, wal, zak en zon.

40) Schrijf de icerkw. van No. 34 in de twee bekende tijden,

Sluiten