Aan de Redactie van Tubantia. Geachte Redacteur! Het is U natuurlijk bekend hoe nuttig het is gebleken, dat het spoorweg personeel aan eene speciale keuring wordt onderworpen met betrekking tot de kleurenblindheid. Maar zou het ook niet even noodig mogen worden geacht dat het Politie personeel (hier veldwachters) werd onderworpen aan een bijzonder onderzoek der zintuigen; met name het reuk orgaan en 't gezigtsvermogen ? Ik ben niet genoeg thuis in de physiologie van den gezonden en zieken mensch om te beslissen, of er abnormiteiten in die organen voorkomen, die 't verklaren hoe het mogelijk is, dat een bepaald individu niet ruikt en ziet wat ieder ander tot walgens toe hindert, en overal als 't ware voor 't grijpen ligt. Doch zie hier wat mij eigenlijk tot die vernuftige vraag leidde. Na 't verschijnen van een stukje over de Hengelosche politie in uw hier veel gelezen blad van 3 Sept. jl-, vestigde ik meer dan anders mijn aandacht op de daarin verzamelde feiten, en had alle gelegenheid, ze helaas niet alleen volkomen juist te bevinden, maar er mij ook niet weinig over te verbazen, dat maar weinig van dat alles de aandacht der politie scheen te trekken. Onwillekeurig dacht ik toen, zouden de zintuigen van dat personeel welligt afwijken van die van een gewoon mensch. Vrijdag jl. o. a. was ik nog getuige van het feit dat, terwijl er twee veldwachters in de onmiddelijke nabijheid van 't gemeentehuis waren of op de markt rondliepen, ieder dien het lustte daar den omtrek verontreinigde, door zoo openlijk als mogelijk aan zijn natuurlijke behoeften te voldoen; — de vrouwen met de welbekende hoogst onaestetische gestes, de mannen zoo onkiesch en onbeschaamd mogelijk. Aan te nemen dat zulks geoorloofd is, zou al een heel geringe dunk van de politie keuren verraden; — rest dus slechts te denken, dat het niet werd opgemerkt door de daar surveilleerenden; al schijnt het ook onverklaarbaar, dat zelfs de meest plastische bewijzen van een overigens te waardeeren gezonde stofwisseling, hier en daar ongevraagd gedeponeerd, de aandacht niet trokken. Maar gij zult het beseffen, hoe mijn vermoeden van niet zien en niet ruiken werd geschokt, wanneer ik U verzeker, dat den volgenden dag een dier functionarissen, in donker, ergens bij mijn erf, een microscopisch hoopje bijeengeveegd vrij onschuldig straatvuil ontdekte, dat iemand vermoedelijk na de straat reiniging verzuimd had op te nemen. Denk U hier dat microscopisch natuurlijk slechts in vergelijk met hetgeen elders wel ieders oog trekt, maar dat der politie schijnt te ontgaan. Ik had er mij toevallig nog kort te voren persoonlijk van overtuigd, dat de enceinte van mijn huis en tuin gereinigd waren zooals het waarlijk gewenscht was, dat overal geschiedde. En geloof mij, Geachte Redacteur, ik word nooit moe van het doen wegruimen van hetgeen de jeugd goed vindt, binnen mijn bereik te leggen of te werpen, al wanhoop ik ook aan het overwinnen van den ammoniakalen stank en riool lucht in mijn buurt, waar schuttingen, muren en goten geimbibeerd worden door urine, gootwater en dierlijke excrementen. Intusschen verheugde ik mij regt hartelijk, toen de politie dienaar bij mij aanbelde en het bevel gaf, dat vuil weg te ruimen. Wie verheugt zich niet in 't zien eener flinke uiting van regtmatig politie gezag, en hoeveel te meer dan ik, nu ik er uit meende te zien, dat ik mij deerlijk had vergist, toen ik twijfelde aan 't gezigts vermogen dier' beambten. Bovendien, ik beloofde mij van dat gelukkige verschijnsel gouden bergen voor Hengelo en mijn buurt. Maar verbeeld U mijn teleurstelling, toen het mij later bleek dat op andere plaatsen, en in mijn onmiddelijke nabijheid zelfs, de goten nog veel te wenschen overlieten en mijn laarzen na een omgang mij op onaangename wijze bewezen, dat er, behalve het vuil enz. dat ik gezien had, ook nog heel andere hoopen verspreid lagen. Mogt ik nu aannemen dat mijn huis, welligt mijn persoon, onder speciaal politie toezigt was gesteld ? Daartoe gaf ik, mij bewust, nog geen aanleiding. Er bleef mij dus niets over dan alweer te denken aan iets abnormaals in de zintuigen, hoe anders verklaard, dat de splinter bij mij werd gezien en de balk elders onopgemerkt bleef? Zie Geachte Redacteur, zoo kwam ik op het ingenieuse denkbeeld het politie personeel aan een keuring te onderwerpen; 't is maar een idéé, en ik geef het gaarne op als ik overtuigd word van dwaling; — maar ik vraag U in ernst, was de aanleiding er toe gezocht of werd ze mij ongewenscht gegeven ? Mogt iemand er belang in stellen nadere bijzonderheden te kennen, of wenschen te weten, wie de schrijver is, houd IJ dan gemagtigd mijn naam te noemen; — ik kan feiten, bewijzen en getuigen aanvoeren om de stoutste eischen te bevredigen en den ongeloovigsten Thomas te overtuigen. Met achting enz. Hengelo. N. N.
Collectie
Permanente URL
- Gebruiksvoorwaarden
-
Geen auteursrecht. Er rusten geen rechten meer op dit object.
- Kop
- Ingezonden.
- Soort bericht
- artikel
- Krantentitel
- Tubantia
- Datum
- 12-11-1879
- Editie
- Dag
- Uitgever
- Van der Loeff
- Plaats van uitgave
- Enschede
- PPN
- 398831920
- Verschijningsperiode
- 1872-1914
- Periode gedigitaliseerd
- juni 1872- juni 1914
- Verspreidingsgebied
- Regionaal/lokaal
- Herkomst
- Stadsarchief Enschede
- Nummer
- 91
- Jaargang
- 8
- Toegevoegd in Delpher
- 13-04-2016
Ingezonden.
Ingezonden.
Aan de Redactie van Tubantia. Geachte Redacteur! Het is U natuurlijk bekend hoe nuttig het is gebleken, dat het spoorweg personeel aan eene speciale keuring wordt onderworpen met betrekking tot de kleurenblindheid. Maar zou het ook niet even noodig mogen worden geacht dat het Politie personeel (hier veldwachters) werd onderworpen aan een bijzonder onderzoek der zintuigen; met name het reuk orgaan en 't gezigtsvermogen ? Ik ben niet genoeg thuis in de physiologie van den gezonden en zieken mensch om te beslissen, of er abnormiteiten in die organen voorkomen, die 't verklaren hoe het mogelijk is, dat een bepaald individu niet ruikt en ziet wat ieder ander tot walgens toe hindert, en overal als 't ware voor 't grijpen ligt. Doch zie hier wat mij eigenlijk tot die vernuftige vraag leidde. Na 't verschijnen van een stukje over de Hengelosche politie in uw hier veel gelezen blad van 3 Sept. jl-, vestigde ik meer dan anders mijn aandacht op de daarin verzamelde feiten, en had alle gelegenheid, ze helaas niet alleen volkomen juist te bevinden, maar er mij ook niet weinig over te verbazen, dat maar weinig van dat alles de aandacht der politie scheen te trekken. Onwillekeurig dacht ik toen, zouden de zintuigen van dat personeel welligt afwijken van die van een gewoon mensch. Vrijdag jl. o. a. was ik nog getuige van het feit dat, terwijl er twee veldwachters in de onmiddelijke nabijheid van 't gemeentehuis waren of op de markt rondliepen, ieder dien het lustte daar den omtrek verontreinigde, door zoo openlijk als mogelijk aan zijn natuurlijke behoeften te voldoen; — de vrouwen met de welbekende hoogst onaestetische gestes, de mannen zoo onkiesch en onbeschaamd mogelijk. Aan te nemen dat zulks geoorloofd is, zou al een heel geringe dunk van de politie keuren verraden; — rest dus slechts te denken, dat het niet werd opgemerkt door de daar surveilleerenden; al schijnt het ook onverklaarbaar, dat zelfs de meest plastische bewijzen van een overigens te waardeeren gezonde stofwisseling, hier en daar ongevraagd gedeponeerd, de aandacht niet trokken. Maar gij zult het beseffen, hoe mijn vermoeden van niet zien en niet ruiken werd geschokt, wanneer ik U verzeker, dat den volgenden dag een dier functionarissen, in donker, ergens bij mijn erf, een microscopisch hoopje bijeengeveegd vrij onschuldig straatvuil ontdekte, dat iemand vermoedelijk na de straat reiniging verzuimd had op te nemen. Denk U hier dat microscopisch natuurlijk slechts in vergelijk met hetgeen elders wel ieders oog trekt, maar dat der politie schijnt te ontgaan. Ik had er mij toevallig nog kort te voren persoonlijk van overtuigd, dat de enceinte van mijn huis en tuin gereinigd waren zooals het waarlijk gewenscht was, dat overal geschiedde. En geloof mij, Geachte Redacteur, ik word nooit moe van het doen wegruimen van hetgeen de jeugd goed vindt, binnen mijn bereik te leggen of te werpen, al wanhoop ik ook aan het overwinnen van den ammoniakalen stank en riool lucht in mijn buurt, waar schuttingen, muren en goten geimbibeerd worden door urine, gootwater en dierlijke excrementen. Intusschen verheugde ik mij regt hartelijk, toen de politie dienaar bij mij aanbelde en het bevel gaf, dat vuil weg te ruimen. Wie verheugt zich niet in 't zien eener flinke uiting van regtmatig politie gezag, en hoeveel te meer dan ik, nu ik er uit meende te zien, dat ik mij deerlijk had vergist, toen ik twijfelde aan 't gezigts vermogen dier' beambten. Bovendien, ik beloofde mij van dat gelukkige verschijnsel gouden bergen voor Hengelo en mijn buurt. Maar verbeeld U mijn teleurstelling, toen het mij later bleek dat op andere plaatsen, en in mijn onmiddelijke nabijheid zelfs, de goten nog veel te wenschen overlieten en mijn laarzen na een omgang mij op onaangename wijze bewezen, dat er, behalve het vuil enz. dat ik gezien had, ook nog heel andere hoopen verspreid lagen. Mogt ik nu aannemen dat mijn huis, welligt mijn persoon, onder speciaal politie toezigt was gesteld ? Daartoe gaf ik, mij bewust, nog geen aanleiding. Er bleef mij dus niets over dan alweer te denken aan iets abnormaals in de zintuigen, hoe anders verklaard, dat de splinter bij mij werd gezien en de balk elders onopgemerkt bleef? Zie Geachte Redacteur, zoo kwam ik op het ingenieuse denkbeeld het politie personeel aan een keuring te onderwerpen; 't is maar een idéé, en ik geef het gaarne op als ik overtuigd word van dwaling; — maar ik vraag U in ernst, was de aanleiding er toe gezocht of werd ze mij ongewenscht gegeven ? Mogt iemand er belang in stellen nadere bijzonderheden te kennen, of wenschen te weten, wie de schrijver is, houd IJ dan gemagtigd mijn naam te noemen; — ik kan feiten, bewijzen en getuigen aanvoeren om de stoutste eischen te bevredigen en den ongeloovigsten Thomas te overtuigen. Met achting enz. Hengelo. N. N.
Marktberigten.
E nschkde , li Nov. Rogge f 6.— a 6.50. Aar^iuppeleu / 2.75 a 3.—. Boter 5? 1 / 2 ct. a ct. per 5 ons. Zwolle rkerspfl In de veehandel was de vorige week weder weinig verandering; naar vet vee was iets meer vraag. Men besteedde voor vette koeien en ossen f 180 a 1' 260, dito stieren f 140 a f 200, dito kalveren f 50 a f 60, dito schapen en lammeren f 10 a f 26, dito varkens 38 a 43 ets., dito voor Londen 36 a 38 ets. per K. G., neurende en verschgekalfde koeien f 130 a f 255, dito schotten f 120 a f 190, winterkalvende of voorjaars koeien f 110 a f 160, koeien voor de spoeling f 100 a f 140, ossen voor den bak f 80 a f 130, drachtige en guste pinken f 60 a f 100, pinkstieren f 70 a f 110, fok- of ondermelkskalvende f 26 a f 44, nuchtere kalveren f 4 a f 8. Hooi per 500 K. G., Kampereilandsch f 15 a f 18. Geuemuiden en Mastenbroek f 13 a f 16, stroo f 11 a f 12.50 Amsterdam, 10 Nov. Tarwe op Mrt. f 344. —. Rogge Galatz f 196 —, Taganrog ƒ —, op Maart / 202, op Mei J 200, 201. Koolzaad per 2000 kilogram, op voorjaar J 0 —.—, op najaar / 0 —.—. Raapolie per 100 kilogram op 6 weken 35 3 / 4 vliegend 347a °P Mei 35 3 / 4 op najaar 34 ! / 4 . Lijnolie per 100 kilogram op 6 weken 35 1 / 4 , vliegend 34 op voorjaar 32 3 / 8 op naiaar 33 3 / 8 . Schiedam, 10 Nov. Moutwijn / 10.75. Jenever f 16.25. Amsterdamsche proef J 18.50.
Zij, die hunne advertentiën
Kij, die liuiine advertentiën tegen liet aanstaand §t. \icolaasfeest, goed sprekend en in liet oogloopend geplaatst wenschen te zien, worden eene spoedige inzending aanbevolen.
Familiebericht
Advertentie?;. Voorspoedig bevallen van een zoon: C. LEDEB0ER—Nordbeck. En schede , 9 Oct. 1879. Oilj Den 7' len November 1879 overleed te Hengelo onze geliefde Tante, Mevrnuw de Weduwe H TEN CATE Hz., geb. A. J. Paschen , in den ouderdom van 76 jaren. Namens de familie ten cate hoedemakeit H. TEN CATE HOEDEMAKER.
Markten.
Donderdag 13 Nov. Almelo b. Nieuwe maan Vrijdag 14 Nov. 's morg. 1 uur 3 m.
Wisselkoers van B. W. Blijdenstein Jr.
Agio op Pruissisch geld . » w w papier. Zigt op Londen ... 8 dagen dato op Londen . / 0.80 0 / 0 - 0.80 „ - 12.111/, - 12.10*/,
Eene flinke tweede meid
Mevromr BL1JLENSTEIN—ÜÈl tra Cate vraagt tegen 1 Febr. Em flinke tweede meid tegen hoog loon en van de P. G.
Advertentie
RAADGEVINGEN VOOR IEDEREEN. l) r . P.^NJLEMEIJER, Een en ander over den Hoest. ONTSLAAK BEHANDELING en VOORBEHOEDMIDDELEN. 3 e herziènedruk, met 8 afbeeldingen. Prijs f 1 .SO. I) r . P. NIEMEIJER, Het Kouvatten. OORZAKEN, BEHANDliiJNG en VOORBEHOEDMIDDELEN. 2® druk, met eene anteeMing. Prijs f - .90. 0 3 < 0 0 Bovengenoemde populaire boekjes, door Dr. lNLM. T. SANNES, Arts te Rotterdam, uit ^ het Duitsch vertaald en voor het Nederlandsch publiek bewerkt, werden in alle Couranten buitengewoon gunstig beoordeeld en dringend ter lezing^ajibevolen. Beide werkjes waren binnen twee maanden na de uitgave (in Februari en Mei 1.1. en ander over den hoest" was reeds een derde oplaag noodig. ROTTERDAM, October 1879. B & gheel uitverkocht, van „Een ® • • !uitgevers , VAN HENGEÏ-DEELTJES. OP NIEUW ONTVANGEN een groote collectie ee lkaarten, waarvan de prijzen op heden zijn als volgt: jas kaakte n \ 3e soort ƒ o.50 p dozijn, 5 ml per spel. „ \2e ,/ -0.70 r 7 „ (/ " " 1*— " " QUADRILLE KAARTEN 2X4/ - 1.50 „ 15 „ 1/ le f/\r 2.— ^ 20 n BOSTON KAARTEN met vergulde hoeken f 2.50 per dozijn, 25 cent per spel. Verder een 2e soort BOSTONKAARTENgk/1.60 p. dozijn. ENSCHEDE — Boekhandel — M. J. v?>k LOEFF.
De Noteris HOOGLANDT
De Noteris HOOGLANDT zal Woensdag 19 November 1879 bij inzet en 8 dagen later, zijnde den 26 November, bij toeslag, telkens des middags om 12 uur, in het Hotel „de Graaff" te ICnschedé en ten verzoeke van den Heer A. TIJSSES HOFMAN in Eschmarke, publiek verkoopen: 1. Eeo blok van 3 onlangs nieuw gebouwde WONINGEN met erven en gaardengrond, staande en gelegen bij de Kremersmate in Eschmarke, te zamen groot 7 ares 70 centiares. en 2. Een perceel gaardengrond en weiland aldaar gelegen aan den Spoorweg, groot 22 ares 75 centiares; dit perceel, wordt geveild in twee gedeelten en in massa. Aanvaarding en betaling 1 Mei 1880. Nadere inlichtingen zijn te bekomen ten kantore van gen d Notaris.
Advertentie
vrouw CRAMER boven 17 jaar. Terstond gevraagd: eene gezonde min, jong kraaras. Zich aan te melden bij Dr. A. KOSTERS./ Vri Zaterda avond 8 ] / 2 ure Bijbellezing in de kerkekamer. vond 6 ure Wintèrfcatejjhisatie. Dr. J. M. VORSTMAN. TE HUUR: in de Stadsmaten achter het Koningshuis, TWEE WEIDEN, zamen groot 2632 ellen. Te bevragen bij den Uitgever dezer Courant