E GLASINDUSTRIE
der oudste bedrijven der geschiedenis
inneer wij vol bewondering voor 1 vitrine staan, waarin kristalglas'tk is uitgestald, dan genieten wij lop van de kleuren en de volmaak[ lijnen, die het glasproduct laat ju. n zonnestraal doet het glas flonjen als diamant en duizenden jalen laten de facetten glanzen en hsen, zodat het een lust is voor te ogen. U verzameling kristal en ander arde vol glas is mooi, werkelijk bi. Het is vol van schoonheid! el mensen zijnde opvatting toegaan, dat het glas nog niet zo oud jen de meesten daarvan, vooral aröers, leiden dit af aan de smake« producten, die in onze gezinnen glazenkasten sieren en de een|>ige vormen van flessen, die. ineen Öioenenproductie de machines verfh is de kunst om glas te maken ! duizenden jaren oud. Gevonden ftwerpen inde monumenten van £be en Beni-Hassan, die omstreeks ' jaren vóór onze Christelijke Helling gebouwd zijn, bewijzen, | de Egyptenaren zeer ver in het gevorderd waren, bstmatige edelgesteenten werden ook al gemaakt en smukten de ’ten van die tijd op. de Romeinse tijd was het glas 'end en lezen wij, dat Cicero erf vertelt als een van de grote din* in die geschiedenisperiode. rS lag toen nog inde windselen f de ontwikkeling. Toevallige omidigheden, geheel liggende bulten die een smeltproces leidden, «hten nieuwe verrassingen op dit 'ein naar voren en weer was het ten van glas een stapje vooruit, kunst van glasmaken kreeg eèn kre vlucht, toen de vaklieden van Overzijde dér Middellandse Zee, de btenaren, naar Rome kwamen om * vak uitte oefenen. 4eze tijden van den bekenden Ro-Usen keizer Nero werden inde fblazerijen kunstwerken gemaakt ! grote waarde. f nieuwe vindingen bij de sa'stelling van het gemeng nam .Zelfsprekend het maken van glas steeds grotere vlucht. Van de ztproducten ging het naar de da' Ikse verbruiksartikelen en kwam i maken van venster-ruiten al ? en meer naderbij, ïe middeleeuwen vinden wij glasfcrijen, waar spiegels en venfüiten worden vervaardigd, wat ’lchzelf al vaneen geweldige voorkog getuigde. De musea getuigen i de glaskunstenaars uit die tijd, fbij wij alleen Venetië en Bohehebben te noemen om een aanban de kunstproducten uit die tijd f ons oog te toveren. ;tijd stormt voorbij en op de ? volgt hem de ontwikkeling, fjbisch is de glasindustrie geweldig bitgegaan, waarbij inde eerste fs gestreefd werd naar massabctie en liefst zo volmaakt en zo "koop mogelijk. j kunnen gerust vaststellen, dat .streven, waaraan honderden ge'j- koppen hun beste krachten gegeven, is geslaagd. *b wij kijken naar de half- en Automatische flessenmachines, de ;5ldige _ vensterglasmachines, naar Produceren van bouwstenen, glasv Me foto's: f'. Kon, Mr. Glasblazer ?oos glas barreren en de voorvorm 'Ven. ■''blazen tot het Juiste model. ■beloven voor kristal Unieka en fijn L.rteur aan de arbeid. Controle op de i "'te hoogte en balswijdte. ffjperij. Ons lid lil. van Gent aan liet "'-enslljpen. r (Sa Verfspuiten door chabionen op 11 «n 1/2 kristal. **«’»; Emmy ,-indriesse.
wol en gloeibollen om daarvan overtuigd te zijn. Jammer is, dat deze enorme, technische ontwikkeling met een ontscholing van de arbeid is gepaard gegaan en het handbedrijf inde verdrukking is gekomen. Voor enige tientallen jaren moest men daarvan de gevolgen vaststellen en wel het meest in de arbeidersgezinnen, waar de zin voor mooie en artistieke producten was afgestompt, doordat deze mensen dagelijks tien en meer Uren inde tredmolen van het smakeloze. massaproduct marcheerden, waarbij bovendien hun onvoldoende ontwikkeling een rem- vormde, het mooie van de gaven der kunstenaars te zien en te waarderen. Met de ontwikkeling van de moderne vakbeweging, en met haar de vele culturele instellingen, is hierin de laatste kwarteeuw verandering gekomen. Langzaam aan leerden wijde arbeiders wat mooi is te waarderen en wij kunnen vaststellen, dat zulks niet zonder gevolg is gebleven. Op velerlei terrein is dit in onze arbeidersgezinnen en die van meer gegoede burgers vast te stellen, wat op een geestelijke ontwikkeling-wijst, die de maatschappelijke vooruitgang zeker ten goede is gekomen en verder ten goede zal komen. Als arbeidersbeweging mogen wij ons daarover stellig verheugen, omdat het een gevolg is vaneen rusteloos werken op het culturele terrein. Wij menen ons wel te mogen veroorloven, even dit terrein te betreden, maar keren terug tot het glas. Als wij in 1910 ongeveer 50 glasfabrieken en inrichtingen voor glasbewerking in ons land zien, waar ongeveer 7230 arbeiders werkzaam zijn, dan weten wij daaronder een aantal, waar enkel het handbedrijf werd uitgeoefend, vooral wat betreft de z.g. mondgeblazen flessen. Al deze fabrieken behoren tot het» ■ verleden. Dit betekent natuurlijk niet, dat er geen flessen meer in handbedrijf worden gemaakt, maar dit is maar een klein deel tegenover de millioenenproductie van de machines. Het aantal vaklieden is ingeschrompeld tot een klein ploegje. Veel lust, om het vak te leren, was er bij jongeren niet te vinden, temeer, daar de verdienstèn aan de machine in het algemeen boven die in het handbedrijf uitgaan. Inde bedrijven, waar het tafelglas en de kunstvoorwerpen worden gemaakt, is een soortgelijk verschijnsel waar te nemen. Reeds jaren geleden hebben wij er inde conferenties de aandacht op gevestigd, dat het aantal en de kwaliteit van de goede vaklieden langzaam, maar zeker, aan het afnemen was en deze toestand zich moest wreken. Gelukkig heeft men het zover niet laten komen. De directie van de Verenigde Glasfabrieken, waaronder thans ook de Glasfabriek „Leerdam” ressorteert, heeft het aangedurfd een vakschool voor glasblazers-slijpers en etsers mede op te richten, waar jongelui worden geschoold in het edele vak. Dit wordt grondig gedaan door hen in allerlei leervakken, die hun algemene kennis ten __ goede komen, te bekwamen. Om deze school te bezoeken, dient men eerst een onderzoek te ondergaan, waarbij moet blijken, dat men geestelijk en lichamelijk geschikt is om het zware werk, vooral van den blazer, te verrichten. Van die Vakschool hebben wij in dit nummer een aantal foto’s geplaatst, die op een en ander een goede kijk geven. Het initiatief van genoemde directie kunnen wij niet anders dan toejuichen en wij voegen daaraan toe,'dat wij hopen, dat zulks niet beschaamd zal worden. Het werk van den glasblazer is zwaar en afmattend door de hitte, waar-
Inde arbeid wordt verricht. Het bed of wel het gemeng wordt met een gloeiende hitte van 1400 a 1500 gr. Celsius gesmolten, daarna gelouterd of wel afgekoeld tot een verwerkingswarmte van 1200 gr. Celsius. De stroperige massa wordt met kleine kluitjes of flinke klosen uit de oven gehaald naar gelang van het te maken product. Overal slaat een felle hitte uit, die kunstmatig wórdt gekoeld, daar anders het werk zo goed als onmogelijk zou zijn. Schalen, bokalen. Unica, bekers, vazen, prima laboratoriumglas, kelken, kookglas en veel andere waardevolle producten verlaten de nijvere en bekwame handen om ten slotte in de koeloven terecht te komen, waar in het begin een temperatuur heerst van 600 gr. Celsius om aan het einde daarvan af te zakken tot 30 a 40 gr. Celsius. De politie-agent van de glasblazers, de sorteur, staat dan op zijn post om na te gaan, of er ook ongerechtigdheden zijn te vinden, die door hem worden verwijderd en naar de glaston verhuizen. Inde slijperij wordt -het product op diverse wijzen veredeld vóór het inde verkoop gaat. Wij hebben enkele onderdelen van de Glasfabriek „Leerdam”, waar
grotendeels het handbedrijf wordt beoefend, even de revue laten passeren, maar er valt nog veel meer van te zeggen. Dit is ook begrijpelijk, daar op de „Leerdam” 1200 a 1300 mensen werkzaam zijn. Er zouden waarschijnlijk nog meer werklieden zijn, indien de oorlogsomstandigheden niet remmend waren opgetreden. Nu nog eén klein uitstapje naar Delft, waar de Verenigde Glasfabrieken glaswol vervaardigen. Wol uit glas, het klinkt als een sprookje, maar het is waarheid. Zacht als zijde en onverwoestbaar is dit product, dat in hoofdzaak voor isolatie-doeleinden wordt gebruikt. Bij de firma Vullinghs te Heeze wordt •gesponnen glaszijde tot isolatieband verweven. Zand, soda, menie, bruinsteen, kalk en veel chemische stoffen kennen wij in ons dagelijks leven als verbruiksartikelen, maar wij hebben daarbij nooit stilgestaan, dat een samenvoeging daarvan een product geeft, dat èn als gebruiksartikel, èn als kunstvoorwerp een grote rol in ons leven speelt. Wanneer men inde gelegenheid is een collectie mooi glas te zien, verzuime men dit niet en geniete dan van de schoonheid, die daaruit straalt. F.J.
Gevulcaniseerde rubber Honderd jaar geleden werd een uitvinding gedaan, die van ontzaglijke betekenis is geworden. In het jaar 1840 gelukte het namelijk aan Charles Goodyear, door toepassing van zwavel, de reeds waardevolle eigenschappen van rubber zodanig te vermeerderen, dat dit natuurproduct voor meer doeleinden £on worden gebruikt dan voorheen. Goodyear was een eenvoudig man, die meer aandacht had voor zijn werk dan vóór de toen reeds opgekomen begeerte om geld en roem te verwerven. Het was niet de begeerte, die hem bracht tot werken en volhouden. Een merkwaardig voorgevoel bracht hem tot het denkbeeld, dat het mogelijk moest zijn, aan rubber dezelfde eigenschappen te geven als de dierenhuid. Deze laatste toch hééft weinig waarde, als zij niet tot leer „gelooid” wordt. Hij zocht dus naar middelen, om de nadelen van rubber, n.l. broosheid bij lage en kleverigheid bij hoge temperatuur, weg te nemen. Op de een of andere manier zou rubber dus gelooid moeten worden, om een product te bereiden, dat evenals het leer voor meer doeleinden geschikt zou zijn dan de dierenhuid. Een landgenoot van Goodyear, zekere Hayward, had reeds gevonden, dat de kleverigheid kon worden weggenomen door rubber met zwavel te bestrooien en aan het zonlicht bloot te stellen. De betekenis van deze vinding drong eerst tot hem door, toen hij merkte, dat met zwavel vermengde rubber op
een warme kachelplaat niet smolt, doch de aanvankelijke vorm behield. , Daaruit trok hij de conclusie, dat zwavel het smelten verhinderde en vermoedelijk moest hiermede dus ook de kleverigheid kunnen worden bestreden. Na deze ervaring voigde een lange reeks van proefnemingen. Vermenging van rubber met zwavel en verhitting met stoom bleek de beste methode te zijn om gelijkmatig broosheid en kleverigheid te doen verdwijnen. Later is door gebruik van machines en nieuwe werkwijze het resultaat van deze „vulcanisatie” nog aanmerkelijk verbeterd. De door Goodyear gelegde grondslagen zijn echter nog niet verlaten. Daarom heeft zijn naam na honderd jaar niet aan betekenis ingeboet. Dat Goodyear niét zelf de vruchten van zijn arbeid heeft mogen plukken is een beschikking van het onvermijdelijke noodlot. Anderen kwamen achter het geheim van zijn vinding en wisten zich de profijten te verzekeren. De patenten kwamen op hun naam en ook de baten bleven niet achterwege. Thans spreekt leder van gevulcaniseerde rubber, alsof het altijd bestaan heeft. Van het oude „gomelastiek”, waarmee men potlóodschrift kan uitwissen, is men gekomen tot het rubber van autobanden, waarmee thans dikwijls meer dan honderdduizend kilometer kan worden gereden. We zouden ons de wereld zonder rubber niet meer kunnen denken.
De wonderstaf Indium Indium is het metaal met de grootste mogelijkheden, dat weeker is dan lood, glanzender dan zilver, even duurzaam als goud en met bijvoegsels van andere metalen zeer hard wordt en veelvoudig is toe te passen. Indium kan in vele ertslagen gewonnen worden en is een oude Duitse ontdekking. In het jaar 1863 onderzocht de bijna onbekend gebleven Duitser Ferdinand Reich erts, dat gevonden werd bij Freiburg, om zijn bestanddelen vast te stellen. Het was een zinkblende, een verbinding van ijzer, zink en zwavel. Maar nóg een ander metaal kon daarin aanwezig zijn en. dat wilde Reich onderzoeken. Daartoe maakte hij gebruik van de onderzoekingsmethode van den toen reeds beroemden Bunsen. De onderzoeker verhitte de zinkblende, die onderzocht moest worden. Daartoe stelde hij een ondoorzichtig scherm op met een kleine spleet, waardoor het licht heendrong. Inde stralenbundel zette hij een glazen prisma en daarachter een scherm, dat het licht weer moest opvangen, Op dit scherm waren dan lichtende strepen. in verschillende sterkten en kleuren te zien, naar gelang de soort stof. die het licht uitzond. Zo kon Reich ook de gewone lijnen
van ijzer, zwavel en zink zien. Daarnaast dook echter een grote dubbele streep op, die van geen enkele van de tot dusver aan de scheikunde bekende stoffen afkomstig kon zijn.' Maar... Reich was kleurenblind Om zeker van zijn zaak te zijn, riep hij Theodoor Richter, bekend als directeur van de Freiburger-Mijnhogeschool, erbij. Deze kon de ontdekking vaneen nieuwe stof bevestigen. De lijn, die ineen donker indigo-blauw oplichtte, gaf het nieuwe metaal de naam van „Indium”. Maar nog lag het indium verborgen in het zinkblende. Eerst vier jaren later kon Richter twee monsters laten zien van dit nieuwe metaal in «Ie Franse Academie van Wetenschappen. Zij wogen 60 gram en moesten de „kleine” som van 160.000 mark opbrengen. Langzamerhand daalde de buitensporige hoge prijs van het indium. De Amerikaan Wüliam Murray liet in Arizona uit de daar aanwezige zinkertsen het indium winnen. En in 1936 bezat hij 6000 gram van dit zeldzame metaal. Op het ogenblik kost het indium nog slechts een duizendste van wat het in 1867 moest kosten. De tegenwoordige pogingen tonen duidelijk het grote toepassingsgebied van het indium. waar het goed zal voldoen en dure edele metalen voor een deel kan vervangen, zonder de waarde van de voorwerpen te ver-