regziW l°l [ol lUITOHCJI
Ons knippatroon Dit jeugdige modelletje heeft door . de plooien van voren een gemakkelijke ruime rok verkregen. Voor de garnering nemen we stof ineen afstekende tint óf wit. Dit patroon is verkrijgbaar in: maat 40: bovenw. 90 cm., taillew. 74 cm., heupw. 98 cm. maat 42: bovenw. 98 cm., taülew. 82 cm., heupw. 104 cm. Door het al of niet aanknippen van naden kan men het patroon passend maken voor het eigen figuur. Benodigd materiaal: 2.90 meter van 130 centimeter breedte voor maat 40 (dantal punten 37) 3.00 meter van 130 centimeter breedte voor maat 42 (aantal punten 42) Dit knippatroon is te verkrijgen bij de Geros Verenigde Bedrijven, Singel 93 of Postbox 581, Amsterdam-C. De prijs bedraagt 40 cent per patroon incl. porto- en administratiekosten. Toezending zal geschieden na ontvangst van het dat kan worden overgemaakt per postwissel, in postzegels óf wel per giro no. 233125. De lezeressen worden vriendelijk verzocht bij bestelling duidelijk op te geven het nummer en de maat van het gewenste patroon en tevens naam en adres zo volledig mogelijk te vermelden. Men voorkomt daardoor onnodige vertraging inde ver. zending. Gelieve verder Uw bestelbrieven voldoende te frankeren (7i cents) daar deze anders niet door ons geaccepteerd worden.
Om zelf, te maken GARNITUUR Het hierbedoelde garnituur bestaat uiteen das en een paar handschoenen. De versiering wordt in kruissteken uitgevoerd. Men heeft nodig: hónderd gram. witte zefirwol; 25 gram zeegroene en 5 gram zwarte zefirwol. Voor naaiden heeft men nodig: een stel van 3 millimeter midellijn en een stel van 2 millimeter middellijn. We beginnen met de das. Deze wordt dubbel gebreid, op drte pennen. Men neemt daarvoor de dikke naalden en zet op ieder 45 steken op. Men breit
steeds recht tot men een lèngte van 70 centimeter heeft. * Daarna kant men af en perst de shawl plat. Aan een van de uiteinden neemt men dan de helft van het aantal steken op en breit telkens twee toeren groen en twee toeren wit; tot het rondje een hoogte heeft van tien centimeter. Hetzelfde doet men aan het andere einde van de das. Dan wordt het geheel goed geperst. We beginnen met de dikke naalden en zetten over drie pennen 62 steken op (dat is 21 steken op de derde naald), breien dan met dubbele draad witte wol, steeds recht heen en averecht terug. Men wisselt af; twee toeren wit en twee toeren groen, tien centimeter hoog. Met de dubbele witte wol, breit men dan acht centimeter hoog de ribbel: twee recht, twee averecht: Voor de hand nemen wede dunne pennen en breien steeds recht. Inde eerste toer minderen we op iedere pen, zodat we 52 steken o ver houden. Vervolgens breien we 15 toêren, meerderen dan aan het einde van de toer en doen hetzelfde aan het einde van de 19de, 24ste, 28ste, 32ste, 33ste en 35ste toer. Doorgaan tot we in het geheel 40 toeren. recht hebben gebreid. Dan nemen we 17 steken voor de meerdering op een naald en breien 8 toeren recht heen en averecht terug. Aan iedere kant een steek bijmaken en de 19 steken over drie naalden verdelen. We gaan dan in het rond en breien voor de duim. We breien weer recht, 25 toeren lang. Dan gaan we minderen. Om de vijf steken breien we twee steken samen; dan breien we twee steken samen om de vier steken, net zo lang tot we nog slechts 5 teken ever hebben. Daar halen we een draad door die stevig vastgeknoopt wordt en de duim is klaar. We gaan nu weer terug naar de hand, we nemen vier steken op aan de rand van de 8 heen en weer gebreide toeren, twee op de twee bij gemaakte steken van de duim en weer vier aan de andere rand van de 8 .toeren, in het geheel zijn er dus 10 steken opgenpmen. Op deze steken en die, die reeds op de pen stonden breien we 22 toeren. Dan beginnen we aan de vingers, die alle apart, met vier naalden gebreid worden. Voor de wijsvinger nemen we .acht steken op aan de voorkant, maken er vier bij voor de ruimte tussen wijs- én middelvinger en zes steken aan dé achterkant. Men breit dan zes centimeter hóóg en sluit
de vingers als duim. Voor de middelvinger neemt men aan de binnenzijde van de handschoen zes steken op, maakt er drie bij voor de ruimte tussen middel- en ringvingger, neemt er zeven aan de achterkant •op en vier steken van de zijkant van de wijsvinger. Dan breit men zeven centimeter en maakt de mindering zoals voor de duim. Voor het maken van de ringvinger neemt men aan de binnenzijde zes steken op, maakt er drie bij aan dé kant van de pink, neemt er aan de achterzijde zes op en drie aan de kant van de middelvinger. Men breit dan zes centimeter recht, maakt de mindering en sluit de vinger. Voor de pink neemt men drie steken ,op aan de kant van de ringvinger en breit verder op de steken, die overgebleven zijn. De pink wordt vijf centimeter hoog;
Practisch kledingstuk voor a.s. moeders Het hierbij afgebeelde kledingstj voor a.s. moeders is zeer practis® Het is zo gemaakt, dat het nergel knelt of ongemakkelijk zit. , Het model zal misschien op het eer» gezicht wat vreemd lijken, maar ■ nadere beschouwing zult U moet» toegeven, dat het zeer practisch is-B Het bestaat als het ware uiteen overkleed. Vanaf het gladde scb°B derstuk is de japon wijd aangez® Het voorste gedeelte is een sooß schort. Het aardigste staat *B schortje als deze vaneen and® kleur stof gemaakt wordt als overige gedeelte van de japon.
jp af'd' men werkt hem af als al ae vingers. UnK‘ Dit is de beschrijving van sy. handschoen en rechter we^rUisj£ natuurlijk tegengesteld. Dek lijnen maakt men met gr..^e v zwart op de das en de bovenz ;iall de handschoen. De kap van °1 'lag schoen wordt naar beneden S jJ]IC over het ribbelgedeelte; da g jn men bij het borduren reken houden. ,jat 1 Rest ons nog te vermelden, 0t boyéngenoemd aantal steke „i is voor handgrootte 6 a ®'4Vben, di de handschoen groter n® pr®*6 moet men de vingers lans
Blijft fit Deze oefening is uitstekend voor beenspieren en heupen. Wanneer men deze oefening echter uitvoert, moet men zorgen, geen schoentjes met rubber zolen te dragen. Ook op blote voeten kan men deze oefening niet maken. Het beste ‘ is, een paar sokjes te dragen en op glad zeil te staan. Men zet de handen inde zijde en plaatst de voeten, een ietsje géschelden, naast elkaar. Daarna laat men de voeten beide haar rechts wijzen. Vervolgens licht men de hielen even op en plaatst deze zo ver mogelijk naar rechts. (De tenen wijzen dan naar links). Nu licht men de tenen op en plaatst die weer naar rechts, enz Wanneer men de beweging begrijpt dan is de oefening niet moeilijk meer. Het spreekt vanzelf, dat de kleine bewegingen elkaar vlug op moeten volgen. Eerst gaat men een paar meter naar links en daarna naar rechts.