DE FAPUIL Lex, jongen, Ze hebben een post over ons binnen gekregen dat het niet leuk meer is. Verheel je, er zijn zo’n 103 stukken binnengekomen. Hier is de statistiek, bijgewerkt tot Dinsdag 11 Maart 11.45 uur; 67 briefkaarten en 36 brieven waarvan 3 tekeningen en 21 gedichten waarvan ik er 1 niet begrijp zodat ik er nog wat van kan leren. 99 inzenders zijn van oordeel dat de kroeg heropend moet worden. ‘I: is me niet duidelijk. 3 zeggen: ophouden met die ergerlijke onzin. lit spreekt geen mening uit. Er zijn berichten uit de gekste plaatsen: Joppe, Vriezenveen, Lunteren, ja zelfs Den Haag. Hoe vind je dit gedicht dat een lezer uit (of is het: in of: van) Oost-Voorne stuurde ?

GLORIA IN LEXELSIS THEO De overmaat van wet en samenhang met ondertoon: „Wij wisten het allang” kan zo verdrietend zijn, maar zie de trooster: ’t berijmd palet en ongerijmd behang, vox populi met vleugels op de pet, vox Dei dooreen omgekeerd trompet, o, stichtend carnaval, gansch ad maiorem niet gloriam, maar doodeenvoudig: pret. En waarom mogen zij zich niet verbazen de brave kudde intellectuazen na schommelgang koeoogig door uw blad? Schenk hun green pastures, neem ze eens te grazen! Wat mij betreft: uw somberheidscomplex verslapt en hindert mijn verteerreflex. Wat zwaarst is, zwaarst weegt: ik ga achterst voren verlichting zoeken bij een theolex. Vorenaar Goed hè ? Zo iemand moet je a. la Vïllon gedenken in je testament.

Item, de dichter van dit lied, : Hij zal, wanneer ik kom te sterven, Het vruchtgebruik van mijn verdriet Compleet met kroeghoek van mij erven, ■ Annex mijn Lex met inkt en verven Als medewerkend benefice. Doch onbezwaard zal hij verwerven Mijn onmin met de redactrice. De rijmwoorden heb ik van de fa. Datheen betrokken. Ik wist nog kerven en conserven ditf' niet bederven, maar dan werd. het te ingewikkeld. Onder de inzenders zijn een paar heel geschikte dames en heren, die zeggen, dat ze het wel niet altijd begrijpen, maar dat dat juist één van de charmes is. De meesten weten langzamerhand dat de vierde strophe altijd een vertaling van Eitz Gerald’s vertaling van Omar Khayyam is. Eén optimist meent dat er nog kwatrijnen genoeg over zijn. Hij moest mijn vooraadschrift eens kunnen zien! Een . ander, een dichter, althans een baarddrager, geeft zelfs een demonstratie hoe hij Omar Khayyam zou vertalen. Laten we aannemen dat hij het goed heeft bedoeld. Overigens, vind je ’t niet aardig, dat ik je een brief inde krant schrijf ? Ik doe graag mee met de mode; en de mogelijkheid is buitengesloten dat ik ooit een roman in brieven publiceer. Maar weet je dat er mensen zijn die nog steeds niet inde gaten hebben wie de Rommse herder is en wie de rosé hond ? Je zou zo

zeggen: waarom vragen ze het dan niet? Verder waren mijn vrouw en jij de enigen die zo maar begrepen dat „adieu Agnost” een grapje is. En daarom wil ik je voorstellen om maar eens de provincie in te gaan om een co-referaat te houden over inhoud, vorm, doel en illustratie van de Nationale Kroeg. Dan kunnen wede mensen overtuigen van de waarheid van de gezegden: Lex longa, Theo brevis en Lex longa attamen. Lex. De M.T.S.-er uit Eindhoven, die zo innemend schreef, moet maar eens op de juridische afdeling naar de betekenis dezer spreuken informeren. Ja, Lex, dat doen we. We slaan er nog best een aardige reportage uit. En wie weet wat voor gekke gastep, we nog ontmoeten. Bel je nog even op ? Tju. THEO

ERICH VON STROHEIM in Parijs onder hoogspanning Regie: Bemhard Deschamp. Toegang 18 jaar. Dag.: 2.30, 7.30, 9.30 uur. Zond.: 1.30, 3.30, 7.30, 9.30 uur.

De Nationale Kroeg (XIX)

Die buiten stonden maakten zich te doen: „Verduisterd is de dag d.arkness at noon! Heropen ogenblikkelijk de kroeg; Wij dorsten naar ons wekelijks rantsoen.” Tientallen kaarten weenden inde bus; Eén enk’ling protesteerde: „Niet aldus”. Maar blijkbaar vindt men ’t in het algemeen In onze nationale kroeg wel knus. Dies, waarde vrienden, gaat mijn zaak weer open. Van ijdelheid kan ’k bijna niet meer lopen. Want zelfs geheelonthouders schreven dat Ze graag bij Lex en mij een borrel kopen. Reeds menigmaal zwoer ik eenduren eed Van inkeer was ik nuchter als ’k het deed? Dan kwam de lente die, een roos in d’handen, Mijn kaalgesleten spijt aan flarden reet.

THEO