|||p&|j|N No. 25 van „Handelsberichten” werd een “ B en ander medegedeeld betreffende dit te „kv. ra Leiden gevestigd bureau, en de hoofdinhoud ’W’.O van het daarvoor vastgesteld reglement weerffl i K gegeven. •j Thans is door den heer Prof. Dr. H. P. ■ Wijsman, die gelijk reeds vermeld, door den Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel, belast is met de inrichting van en het toezicht op genoemde instelling, een verslag over de werkzaamheden van het bureau gedurende het dienstjaar 1907 aan genoemden Minister uitgebracht. Aan dit verslag wordt het volgende ontleend: Doel en werkwijze van het bureau zijn voorgeschreven in het reglement, vastgesteld bij beschikking van bovehgenoemden Minister waarbij toen werd beslist, dat het bureau 15 Juli 1907 geopend zou worden. Overeenkomstig de bepalingen van dit reglement is het bureau werkzaam tot het onderzoeken van handelswaren ten bate van winkeliers en in het algemeen van hen, die rechtstreeks in het klein aan de verbruikers hunne waren verkoopen, onverschillig of die personen al of niet tevens een ambacht of een tak van kleine nijverheid uitoefenen, mits hunne zaken niet van zoodanigen grooten omvang zijn, dat, naar het oordeel van den Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel, bemoeiïng van het bureau te hunnen behoeve is uitgesloten. Voor zoover de tot nu toe opgedane ondervinding strekt, is deze omschrijving voldoende gebleken om de categorie van personen te bepalen, voor wie het bureau - bestemd is. Opgericht op aandrang van den Middenstand beoogt het bureau een middenstandsbelang te dienen. In de meerderheid der gevallen kon gemakkelijk worden ingezien, dat de aanvragers niet behoorden tot die personen, welke zich zonder bezwaar kunnen wenden tot particuliere onderzoekingsbureaux. In enkele twijfelachtige gevallen werd de beslissing van den Minister ingeroepen, tevens om daardoor ook voor het vervolg principieel uit te maken, of zekere categorieën van aanvragers zullen worden toegelaten of niet. Met zekerheid mag evenwel worden aangenomen, dat de tot nog toe door het bureau gedane onderzoekingen, had het bureau niet bestaan, door de aanvragers niet aan anderen zouden zijn opgedragen, zoodat de aanvankelijk geuite vrees, dat het bureau concurrentie zou aandoen aan particuliere onderzoekingsbureaux, te eenenmale ongegrond moet worden geacht. Herhaaldelijk werd aan het bureau de wensch, om van zijn diensten gebruik te mogen maken, te kennen gegeven door industrieelen, die niet rechtstreeks in het klein hunne waren aan verbruikers verkoopen, en die volkomen bereid waren om hetzelfde, of zelfs een hooger tarief te betalen als door particuliere bureaux wordt berekend. Deze aanvragen werden volgens het reglement geweigerd. Ingevolge overeenkomst met curatoren der Rijksuniversiteit te Leiden, is het bureau, zoolang het zich nog bevindt in het proefstadium, gehuisvest in een der lokalen van het Pharmaceutisch Laboratorium der Rijks-Universiteit aldaar. Deze regeling, getroffen met het oog op het voorloopig karakter der instelling als proefneming, voldoet matig aan de behoefte, zoolang het aantal aanvragen niet grooter wordt dan tot nog toe het geval is. Met reden mag echter verwacht worden, dat dit aantal belangrijk stijgen zal, wanneer het bureau meer bekendheid zal gekregen hebben; uit allerlei opmerkingen in de ontvangen brieven moet worden opgemaakt, dat het bestaan en de werkwijze van het bureau nog volstrekt niet algemeen in de belanghebbende kringen bekend zijn, en dat, ware zulks wel het geval, zijn werkzaamheid reeds veel uitgebreider zou wezen. Vindt de te verwachten uitbreiding van werkzaamheden plaats, dan is de in het Pharmaceutisch Laboratorium ter beschikking gestelde ruimte beslist te klein en zal een eigen lokaliteit noodig worden ; de opgedane ondervinding zal dan strekken om te bepalen, aan welke eischen die lokaliteit zal moeten voldoen. Overeenkomstig den geheelen opzet van het bureau, zooals deze in het reglement tot uitdrukking komt, wordt getracht de behandeling der ingekomen vragen zoo eenvoudig mogelijk te doen zijn. Aanvragers richten zich per gewonen brief tot het bureau met vermelding van de vraag, die zij wenschen te stellen ; daarna wordt hin een verklaring ter onderteekening toegezonden, inhoudende, dat de aanvrager winkelier is, althans zijn waren rechtstreeks in het klein aan de verbruikers verkoopt, dat de aanvrage uitsluitend geschiedt tot zijne persoonlijke voorlichting en dat de mededeelingen van het bureau niet door hem zullen worden gebezigd tot reclame in welken vorm ook. Hierbij wordt den aanvrager tevens medegedeeld, hoeveel hij van het te onderzoeken artikel als monster moet inzenden, terwijl hem zoo noodig nog eenige
vragen gesteld worden. Onder deze vragen behoort regelmatig die, van welken leverancier de waar is betrokken. De gegevens van het onderzoek worden door het bureau stelselmatig geboekt; van de namen der leveranciers wordt een kaart-catalogus aangelegd, waarop aard en uitkomsten van het onderzoek worden aangeteekend. De ervaring leert wel, dat vervalschingen en knoeierijen minder plaats hebben in den kleinhandel dan wel door de fabrikanten en leveranciers, en dat de winkelier, die ondeugdelijke waar verkoopt, in den regel zelf dupe is. Waar de aanvragers van het bureau zelf kleinhandelaren zijn, mag vrijwel worden aangenomen, dat vervalschingen, welke het bureau onder de oogen krijgt, alle door de leveranciers worden gepleegd ; a fortiori geldt dit voor artikelen, die in origineele verpakking worden verkocht. Het bureau is dus bezig, geleidelijk aan, een uitgebreid materiaal te verzamelen ter beoordeeling van de betrouwbaarheid der verschillende leveranciers. Wanneer dit punt door den kleinhandel eenmaal goed wordt begrepen, wanneer de winkeliers inzien, dat ieder monster, hetwelk zij inzenden, niet alleen door hen wordt aangeboden in hun persoonlijk belang, maar tevens een bijdrage levert voor deze statistiek, mag worden aangenomen, dat de belangstelling in het bureau zeer zal toenemen. De beide bepalingen van het reglement, dat de mededeelingen van het Bureau uitsluitend geschieden tot persoonlijke voorlichting van den aanvrager en niet tot reclame mogen worden gebezigd, werden niet altijd juist verstaan. De bedoeling van de eerste is uit te sluiten, dat door personen, voor welke het Bureau niet bestemd is, misbruik gemaakt zou worden van de gelegenheid tot kosteloos onderzoek, door een winkelier als tusschenpersoon te bezigen, terwijl de tweede wil uitsluiten het gebruik van het bureau als middel tot aanprijzing van eenig artikel aan kooplustigen. Soms werden de bepalingen echter ten onrechte aldus opgevat, dat het den winkelier volstrekt ongeoorloofd zou zijn mededeeling van de inlichtingen, door het bureau verstrekt, te doen aan derden, dus nóch aan zijn leverancier, nóch aan een kooper. Teneinde aard en opvatting der werkzaamheid van het bureau in belanghebbende kringen meer bekend te maken, werd, met toestemming van den Minister T 11. X T • •
van Landbouw, Nijverheid en Handel, nu en dan mededeeling gedaan van eenige der ingekomen vragen en de daarop gegeven antwoorden in het orgaan van den Middenstandsbond. Hierbij werden, om niet te veel in herhalingen te vervallen, vragen, waarvan typische voorbeelden reeds eenige malen waren voorgekomen, niet telkens weder vermeld. Van de ingekomen vragen betroffen vele den handel in levensmiddelen. Zoo
werden talrijk tot onder-g^?; zoek aangeboden meel-^ '
soorten, jams, nonig, bessensap, cnocoiaoe, limonade en bestanddeelen, gebruikt bij het maken van limonade, oliesoorten, kruidnagelen, peper, brandewijn. Van andere artikelen vallen te noemen zeep, terpentijn, lijnolie, steenkool, machineolie, wol, tinnen lepels, verfwaren, caoutchouc. Men zou hieruit kunnen afleiden, dat de behoefte aan onderzoek van rijkswege het meest gevoeld wordt voor levensmiddelen, maar
men dient ook in het oog te houden, dat hier de betrekkelijk nog geringe bekendheid van het bureau een rol speelt, en de vraag, welke vakbladen in de kringen hunner lezers daarvoor hebben geijverd. Herhaalde malen werd gebruik gemaakt van de gelegenheid om aan het bureau vragen in te zenden, ook al gaven deze geen aanleiding tot het onderzoek van monsters. Ook hiervan worden voorbeelden in den „Middenstandsbond” gepubliceerd. Door Prof. Dr. Wijsman werd een uiteenzetting van de organisatie van den'; dienst gegeven op het Middenstandscongres te Nijmegen, en door Dr. Voerman werd een voordracht gehouden in een vergadering van de Handelsvereeniging te Assen. Door het bureau werd uit eigen beweging een enquête ingesteld over de samenstelling van de in den handel voorkomende soda, welke soms op schromelijke wijze wordt vervalscht. Deze enquête, welke voorloopig een honderdtal monsters omvat, is nog niet afgeloopen, doch heeft toch reeds interessante bijzonderheden aan het licht gebracht, waarover te zijner tijd verslag zal worden gegeven. Over enkele onderwerpen diende het bureau verder den Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel van advies. De ervaring van het afgeloopen halfjaar samenvattende en in aanmerking nemende, dat de instelling nog jong is, kan de totaalindruk alleszins bevredigend heeten en met reden mag worden verwacht, dat in het bureau de kiem ligt van een tak van dienst, die voor den middenstand een soortgelijke positie zal innemen als de Rijkslandbouwproefstations dat doen voor den landbouw.
y^^i^W^eze fabriek, ongetwijfeld de oudste en 'I grootste in ons land, dankt haar ontstaan yl aan wijlen den heer H. Burgers, die, Ui O a's gewoon hoefsmid te Deventer geM 1 1 lÜr vestigd, in 1870 begon met het maken van eerste „vélocipèdes” in ons land. Bijgaande afbeelding toont zulk een houten machine, waarvan op het oogenblik nog enkele exemplaren door de eerste wielrijders in ons land als
curiosa bewaard worden. Aangemoedigd door het succes, dat zijn eerste producten hadden, legde de heer Burgers zich meer en meer op de fabricage van rijwielen 10e, met het gevolg, dat weldra zijn fabrikaat door bet geheele land bekend werd om zijn buitenge\ 'one soliditeit. De vraag i aar Burgers rijwielen werd zóó groot, dat i itbreiding van de zaak i oodzakelijk bleek. Ze werd daartoe in 1896 omgezet in een naam1 o o z e vennootschap, onder directie van den
DE EERSTE VÉLOCIPÈDE.
heer H. Burgers, terwijl de medeoprichters, de heeren J. A. Coldewey, Mr. C. E. van Marle, G. D. Ribbius en N. Immink als commissarissen optraden. Even buiten de stad werd een stuk grond gekocht ter grootte van ongeveer 10.000 M3. en hierop verrees een geheel naar de eischen des tijds ingerichte fabriek, welke men den lsten Januari 1897 in gebruik kon nemen. EJHet hoofdprincipe der directie was uitsluitend prima
kwaliteit rijwielen te vervaardigen; zij oesioor aan ook }ot aanschaffing van de nieuwste machinerieën, waarmede alle essentieele onderdeden voor de rijwielen uit de ruwe grondstoffen in de werkplaatsen zelf konden worden vervaardigd. Hierdoor bereikte de fabriek dit groote voordeel, dat zij alle materialen, welke voor de constructie der verschillende deelen noodig zijn, eerst grondig kan onderzoeken, alvorens tot de bewerking er van over te gaan. Zij is daardoor in staat een veel grooteren waarborg te geven voor de soliditeit en degelijkheid van de door haar gefabriceerde rijwielen dan andere zoogenaamde fabrieken, die hare onderdeden compleet afgewerkt uit het buitenland betrekken en feitelijk de rijwielen slechts samenstellen. Ten gerieve van de over het geheele land verspreide berijders en koopers van Burgers rijwielen besloot de directie tot oprichting van eigen filialen in verschillende plaatsen. Op het oogenblik heeft de fabriek hare eigen zaken gevestigd te Almelo, Amersfoort, Amsterdam, Apeldoorn, Arnhem, Deventer, Dordrecht, Enschedé, Groningen, Den Haag, Haarlem, Hengelo (O),
Leeuwarden, Leiden, Lochem, Nijmegen, Rotterdam, Utrecht en Zutphen, terwijl bovendien door het geheele land meer dan 250 rijwielhandelaren als agent voor haar optreden. Berijders van Burgers rijwielen kunnen daardoor in geval van nood steeds worden geholpen door personen, die rechtstreeks met de fabriek in verbinding staan. Daar in den loop der tijden in ons land eenige naamgenooten van den heer Burgers zich eveneens in het rijwielvak begeven hadden en de door hen geleverde rijwielen voorzagen van den naam „Burgers” gaf dit meermalen aanleiding tot verwarring en teleurstelling. Een Burgers rijwiel koopende, meende men steeds dat dit uit de bekende Deventer fabriek kwam, en hield zich dus overtuigd van de soliditeit. Later ontdekte men evenwel tot zijn spijt en dikwijls ook schade, het verschil. Om dergelijke teleurstellingen te voorkomen, voorziet de fabriek thans hare machines behalve van den naam „Burgers” nog van de letters: „E. N. R.”, terwijl op het balhoofd van iedere machine een fabrieksmerk prijkt. De beweegkracht voor het geheele complex machinerieën wordt geleverd door
— gasmotoren met eene gezamenlijke capaciteit van 100 P.K., gedreven door drukgas, dat door een eigen installatie (Dowsongas-installatie) wordt geproduceerd. In het voorgebouw, staande aan den Rozengaarderweg, bevinden zich links van den hoofdingang gelijkvloers de portiersloge, de ontvangkamer, het bureau der directie en de overige kantoren ; rechts van den hoofdingang zijn gelegen : het expeditielokaa), de lakkerij voor de afdeeling reparatie en de lakkerij voor de nieuwe rijwielen en vleeschmachines. Op de eerste verdieping van het voorgebouw zijn de teekenkamer, het archief, de wielenmakerij, de zadelmakerij benevens een groot magazijn voor gebruikte rijwielen, terwijl men op de tweede verdieping de timmermanswerkplaats aan treft. Achter het voorgebouw gelijkvloers bevinden zich diverse afdeelingen ; allereerst noemen we de draaierij. We bemerken daar een vijftigtal banken van de laatste constructie als: automatische
banken voor het vervaardigen van kegels, kogelpotten, moeren, bouten enz., automatische fraisbanken tot het maken van de kamwielen voor de kettinglooze rijwielen en de vleeschmachines (de Burgers E. N. R. fabriek is de eenige hier te lande, die de overbrengingsorganen voor hare kettinglooze machines zélf vervaardigt). In deze afdeeling worden verder gemaakt de rijwielnaven, waarvoor ook twee speciale banken in gebruik zijn. Op een aan de fabriek zelve geconstrueerde steekbank worden de Burgers-vrijwielen gemaakt; onderdeden voor vleeschsnijmachines worden hier gedraaid, kamwielen voor de kettingwielen gefraisd, de ruw-gestampte cranks gemodelleerd. Daarna komen we aan het onderdeelenmagazijn voor den verkoop, alsmede aan het buizenmagazijn voor de ruwe onderdeden der rijwielen. In de bankwerkerij wordt de grootste ruimte in beslag genomen door de werkbanken. Hier worden de lamen of frames voor de rijwielen, de sturen, de vorken, zadelpennen, remmen enz. in elkaar gezet. Een gedeelte der bankwerkerij is verder ingericht voor
Voorgevel der fabriek.
BANKWERKERIJ.
de vleeschsnijmachines, meer in het bijzonder voor het slijpen der cirkelmessen, en het repareeren van die machines. Twee schaafmachines en twee draaibanken voor het groote werk der vleeschsnijmachines worden mede in deze afdeeling aangetroffen. Verder bevinden zich daar twee zandstraalinrichtingen, welke dienen om van de gesoldeerde voorwerpen de glasharde korst, welke door de borax gevormd is, te verwijderen, en ook om het email van gelakte buizen weg te nemen. Hierdoor voorkomt men, dat deze buizen, zooals vroeger bij het afbranden van oude lak het geval was, verzwakt worden. Alle machines waaraan reparaties moeten geschieden, die men in de filialen niet kan verrichten, worden onder handen genomen in de reparatie-afdeeling, welke zoodanig ingericht is, dat men er alle mogelijke merken en soorten rijwielen in den kortst mogelijken tijd kan herstellen. In de koperslagerij en soldeerinrichting, worden de
frames, sturen enz., nadat ze uit de bankwerkerij komen, gesoldeerd. De nieuwe gereedschappen, die in de fabriek noodig zijn, worden bewaard en grootendeels nieuw aangemaakt in de gereedschapskamer. De te vernikkelen voorwerpen worden in de slijperij en polijstinrichting, vóór ze naar de nikkelbaden gaan, geslepen, om zelfs de kleinste oneffenheden weg te nemen; komen ze uit de baden, dan is het nikkel dof en worden ze in de polijsterij glanzend gemaakt (gepolijst). Om eiken steen en schijf is een bak geplaatst, die door een buis in verbinding staat met een ventilator. Het stof, dat bij het slijpen ontstaat, wordt door dien
ventilator in de buizen gezogen en in een met water gevulden vergaarbak verzameld. Hierdoor voorkomt men, dat een enorme hoeveelheid stof zich in het vertrek verspreidt. Behalveeenige smidsvuren, waar het gewone smidswerkwordt verricht, vinden we in de smederij een waterstof- zuurstof
welinrichting; dit wellen vervangt het gewone aan elkaar soldeeren van verschillende voorwerpen. De fabriek heeft hier een eigen stampinrichting, waar naven, kettingwielen, krukken, enz. worden gestampt. Twee valhamers verrichten er hunne diensten. In de smederij bevinden zich nog de hardovens, de vijlenkapperij en vijlenschaafinrichting, alsmede de spoorinrichting, waar de frames, vorken, enz. worden gericht. Naast de smederij is een klein staalmagazijn, dat tot berging dient van het dagelijks benoodigde materiaal. Daarachter is de machinekamer, met twee gasmotoren, één voor de geheele fabriek en één voor de dynamo (500 Amp.
6 volt), welke den electrischen stroom voor de nikkelinrichting levert. Aan de machinekamer grenst de inrichting om het voor de motoren benoodigde gas te produceeren. In een apart gebouw achter de fabriek is het groote staal magazijn gevestigd en daarnaast de afdeeling voor de nieuwe vleeschsnijmachines, een fabrikaat van den lateren tijd, waarmede de vennootschap veel succes heeft, en welk artikel door haar over de geheele wereld geleverd wordt. Hiertegenover vinden wij de monteurskamer, waar de nieuwe rijwielen worden in elkaar gezet en gereed gemaakt voor aflevering. Speciaal ten dienste van de
monteurskamer is hiernaast gev e s t i g d een magazijn van onderdeelen, benoodigd voor de nieuwe rijwielen, terwijl met hetzelfde doel de bandenmakerij eveneens naast de monteurskamer is ingericht. Zijn de fietsen gemonteerd, dan komen ze in het rijwielmagazijn, dat ruimte biedt voor 3000 ma¬
chines. Nog niet lang geleden werd de nieuwe nikkelinrichting geopend, waarin men de meest moderne uitvindingen en processen op dit gebied toegepast vindt. Langs galvanischen weg worden de te vernikkelen voorwerpen gereinigd, daarna verkoperd, om ten slotte in de nikkelbaden te komen. Door de groote inrichting (de gezamenlijke badeninhoud bedraagt 12000 liter) is de fabriek in staat het nikkelwerk in zeer korten tijd gereed te maken. Op het terrein, ingesloten door de fabrieksgebouwen, is een rijbaan aangelegd tot het geven van onderricht in het wielrijden. Het totaal aantal personen in dienst
van de vennootschap bedraagt 300. De werklieden der fabriek bezitten hun eigen ziekenfonds, terwijl zij, die gedurende een geheel boekjaar werkzaam zijn, een aandeel in de winst genieten. Het aantal verkochte rijwielen is jaar op jaar stijgend; zoo werden in 1907 weder veel meer rijwielen afgeleverd dan in 1906. Vooral mag de vennootschap zich verheugen in het leveren aan onderscheidene groote lichamen, als ministeries, verschillende provinciale en gemeentelijke instellingen, enz. In Augustus 1906 werd haar nog opgedragen de verstrekking van ruim 400 rijwielen ten dienste der Nederlandsche Posterijen en Telegrafie. Een en ander is wel een overtuigend bewijs voor de degelijkheid der Burgers E. N. R. rijwielen. Den lsten Januari 1903 overleed de Heer H. Burgers. In een kort daarop gehouden algemeene vergadering werd besloten in het vervolg in plaats van één, twee directeuren te benoemen; één voor het administratiefhandels en een voor het technisch gedeelte. Tot
SLIJPERIJ.
VLEESCHSNIJMACHINE-AFDEEL1NQ.
DE DRAAIERIJ.
LAKKERIJ.
WIELENMAKERIJ.
administratief-handelsdirecteur werd benoemd de heer Adr. Beers en tot technischdirecteur de heer G. J. B. Burgers, die ook thans nog deze functies bekleeden. In de vacatures, ontstaan door het overlijden van de commissarissen de heeren J. A. Coldewey en Mr. C. E. van Marle voorzag men door de benoeming van de heeren H. W. Bunschoten en G. J. Jannink. — Dank zij de energie en werkkracht der bestuurders zal deze Nederlandsche rijwielfabriek ongetwijfeld hare reputatie blijven handhaven.