EEN RIJWIELENFABRIEK. FONGERS TE GRONINGEN.

IJ durven er wat onder te verwedden, Tvl dat ge bij het lezen van dit opschrift s fei voor u ziet een rommelige, naar vet, Wwl rilJF 1 olie en handen riekende ruimte, waar J half gedemonteerde rijwielen in wanp—? 7 orde over den grond verspreid staan, (CA; WTx oude banden aan een gasarm ben,-y==^ Tl gelen, smoezig gereedschap, een oude lïó / carbidbus met vaseline, poetslappen, verbogen spaken en dergelijke dingen de beschadigde werkbank bedekken, waar de vloernaden glinsteren van ingetrapte, weggesprongen kogels ; kortom aan zulk een plaats, waar gij met angst in ’t hart uw rijwiel achterlaat, omdat gij niet anders kunt. Maar toch gelijkt de rijwielenfabriek, waarover wij u hier thans het een en ander vertellen willen in niets op deze hel . . . Integendeel, wanneer gij door de goed verlichte vestibule in het frontgebouw, waarop een deel der kantoren uitkomt, een smalle gang door- en een trapje afgegaan zijt en i . ■■ i • i

Frontgebouw, waarin zich o.a. het diredtiekantoor en de kantoren der verschillende afdeelingen : fabricage, verkoop van rijwielen, controle der eigen filialen, reclame enz. bevinden en waarachter de sheddaken van de fabriek zich 100 M. diep uitstrekken, in het lagere gedeelte, links, is de engroszaak in rijwielonderdeelen en toebehooren gevestigd, benevens het filiaal Groningen, met overdekte wielrijschool. De terreinen beslaan een oppervlakte van ruim 12.700 M2.

meent, dat gij hier bij de fietsenwerkplaats zult zijn aangekomen, bemerkt ge een bord, waarop „Verboden Toegang” en daaronder een 100 M. lange, breede gang, met links en rechts glaswanden, waardoor allerlei van verre onherkenbare zaken schemeren, sommige in heftige beweging. Gij verbaast u, maar gij hebt weinig tijd en ge wilt de fietsenmakerij zien. Links gaat een schuifdeur open, gij wacht even, want er komen een paar blauwgekielde mannen uit met nette kistjes, waarin een keurig gerangschikt diner

Neen, het zijn de montagedeelen van een rijwiel, die in het kistje sluiten als passers in hun etui. Het menu is in een sleuf buiten aan het kistje geschoven. Alles glimt en blinkt u tegen ; maar de blauwgekielden spoeden zich weg en ge ziet om u heen. . . . frames, frames en nog eens frames. Hoeveel zijn er, alle netjes, regelmatig opgehangen, op pennen, de remmen eraan gemonteerd, de trapas, tandwiel, vork, etc. ? „Tweeduizend”, zegt uw begeleider. Gij gaat verder, een trap af, naar den bandenkelder. Electrische gloeilampen glimmen aan ; — duizenden banden ziet ge regelmatig op standaards, in verschillende groepen geplaatst en voorzien van nummers. Rijen van vakken met opgerolde binnenbanden, velgkoorden, nummer zooveel tot zooveel, etc. Gij klimt de trap weer op, gaat langs een steegje van kasten en vakken, nog een steegje en nog een. In de verte ziet ge het magazijn van ruwe goederen staan, voorts de staven staal voor de automatische draaibanken en de rollen bandstaal voor de ponsmachines. In gindsche vakken liggen de ruwe smeedbaar gietijzeren frame-verbindingsstukken. Hier, vlak voor u, is het magazijn van bewerkte goederen, grootendeels bestaande uit deelen, die reeds eene bewerking in de fabriek hebben ondergaan. Daar, waar wij juist stonden, bevindt zich het magazijn van montagegoederen, de zadels, tasschen, pedalen, sturen,

Hoofdingang der fabriek.

enz. De rekken met frames en wielen boven uw hoofd behooren hier ook bij, evenals de bandenkelder. Achter u loopt het af en aan. Ledige kisten worden op de toonbanken geplaatst en volle verwijderd. Stapels banden schuiven langs uw rug. Gij staat in den weg. — Laat ons verder gaan. Nu zijt gij weer in de 100 M. lange gang en

kijkt naar twee reusachtige een halve meter dikke buizen boven uw hoofd. Wat zijn dat ? — „Velgen”. Ge ziet links van u iets schemeren en draaien. Een deur gaat open, een gesuis en gefluit. „Gasmotoren, 100 P.K., dynamo’s voor het opwekken van electrischen stroom en kracht.” Verder de gang door. Hier moet gij oppassen. De deur is smal en er heerscht groote bedrijvigheid. Op den grond, in regelmatige groepen : frames, vorken

groepen : trames, vonten enz. Op tafels kleinere deelen in bakken gerangschikt. Dit is de controleplaats. In de vakjes langs den wand de honderden kalibers en meetwerktuigen voor het controleeren der onderdeden. Door kniehooge stapels bakken, manden met deelen, komt ge in een door glaswanden omgeven ruimte : het kantoor van den werkmeester. Door de ruiten ziet ge de hoofdwerkplaats; alles draait, pulleys, riemen, assen. . . . Gij staat stil bij de verzameling van stukken, die de verschillende bewerkingen van elk onderdeel doen zien alsmede bij de kasten met de contróle-kaarten en bemerkt dat hier niets gebeurd of het wordt gecontroleerd. — „Hoe komt het, dat men niet van het eene te veel en van het andere te weinig maakt ?” Een boek wordt u voorgelegd kolommen, data en cijfers. Gij begrijpt er niets van, en informeert hoe al die menschen steeds weten wat ze doen moeten ? Een lade gaat open. Een kaart wordt er uitgenomen ; ge ziet een nummer. Een andere kaart wordt u voorgelegd. Ge ziet hetzelfde nummer ; ge ziet rijen van cijfers ; ge ziet in de laden, waaruit de kaart is genomen, blauwe teekenmgen met witte lijnen en witte cijfers erop, doch de tijd ontbreekt u om dit alles precies te bestudeeren en ge wilt verder. Nu gaat het naar de hoofdwerkplaats. Een straatje van onderling gelijke boormachines. Ze grommen voortdurend. Er zitten pijpen aan,

4 Magazijn van grondstoffen, bewerkte onderdeden, gereedschappen enz.

waaruit melk schijnt te loopen: „boorolie”. De machine vlak bij u iaat een harden tik hooren. Een werkman schiet toe, draait aan een aantal hefboomen, werpt iets in een bak, draait weer aan hefboomen en de machine bromt anders. Ge gaat verder. Dit waren de machines, waarmede de gaten in de verbindingen worden geboord en zuiver op maat geruimd. Nu staat ge te midden van een groep draaibanken. Plotseling een hevig geratel. Er breekt iets. Ge denkt aan vluchten. De stem van uw gids klinkt boven het geraas uit: „Een automatische draaibank, die de trapaspotstukken maakt. De machine is juist achteruit beginnen te draaien, straks valt het afgewerkte stuk naar beneden, haalt de machine zelf een nieuw eind staaf naar zich toe en begint dit te bewerken” Gij wacht, ongeloovig Het stuk valt. De staaf, bruin en vet, schiet vooruit onder een ohestraal, wordt teruggedrukt Het s waar, hij doet het. Er staat een heele rij van die .beesten”, die elk op hun eentje, den geheelen dag irommen, ratelen en ... . werken. Een paar schreden ’erder : „Ponsmachines”. Wat valt daar steeds in die nand? — Een remstropje. Ge herkent het; er zit er een tan uw Fongers. Nu wandelt ge verder, langs een tafel, laar schatting 30 M. lang, met rijen bankschroeven aan ••1 11

weerszijden, deelen van frames, vorken, steunen, sturen, enz. erop, los in elkaar gezet, gesoldeerd of afgewerkt, dan een klapdeurtje en ge staat in een andere werkplaats vol draaibanken, frees- en slijpmachines. Hier worden de gereedschappen voor de fabriek gemaakt. Over een toonbank heen ziet ge, in het gereedschapmagazijn rijen planken, vakken en kasten vol netjes gerangschikte, keurig onderhouden gereedschappen : matrij•7É>n van rl

zen van de ponsmachines, beitels van de automaten, freesen enz. . . . Uit deze werkplaats komt ge in de smederij. Hier is veel geraas en veel warmte ; de hardoven wordt juist uitgehaald. Een aantal roodgloeiende ijzeren bakken wordt u voor de voeten gezet en de ovendeur zakt weder. In deze bakken zitten naafcups van zacht staal, die het kolingsproces hebben ondergaan. Als die

Machinekamer. (De beide zuiggasmachines ontwikkelen een vermogen van + 100 P.K.)

Hoofdwerkplaats. — Rechts geschieden de machinale, links de handbewerkingen.

afgekoeld zijn, worden ze gehard en daarna gaan ze weder naar de machine terug, om te worden geslepen. Achter u smeden drie man een zwaar stuk ; dat is ’n schijf voor een spanpatroon van een automaat, waarmede de remmen voor de legerrijwielen worden gedraaid. Uwe ooren zijn hiertegen niet bestand. Ge ziet in de verte nog buizen buigen, vlucht langs een stampende luchtpomp, die blijkbaar zwaar werk heeft en het op uwe trommelvliezen schijnt voorzien te hebben, in de soldeerplaats. Hier vloeit het door de gasvlam verhitte koper in de naden tusschen verbindingen en buizen van het frame. Het vloeien van het koper is een aardig gezicht. De frames die gereed zijn, staan in lange rijen langs den wand.

Automatische draaibanken om staafstaal tot kegels, potten enz. te verwerken. iw-

Wat zien ze er uit! Ze schijnen zoo bedorven, dat ’t een heel werk zal zijn ze weer mooi te krijgen. Maar uw begeleider vertelt, dat de gesoldeerde deelen eerst naar de zandstraal-inrichting gaan om de boraxlaag te verwijderen. Bij het soldeeren wordt namelijk borax gebruikt om het koper te doen vloeien en het verhitte staal voor oxydatie te bewaren. Het gesmolten borax, dat de verbindingen nu met een glasachtige laag bedekt, is te hard om het met de vijl te verwijderen en wordt met de zandstraal weggeblazen. Nu een hoek om en weer een hoek om en ge bevindt u tusschen de muren van een smalle gang. Door een glasruit ziet ge, hoe een zandstraal, op de ruwe soldeerplaatsen gericht, deze in een tel blank en schoon blaast. De man, die het toestel

bedient, zit vlak voor u. Hij heeft zijn armen door gaten in den wand gestoken, waaraan lederen mouwen zijn bevestigd. Zoodoende heeft hij geen last van het stof. De afgeblazen deelen worden naar de werkplaats terug gebracht om ze verder af te werken met de vijl. Ge laat ze gaan en staat weder in de gang, maar nu aan het andere uiteinde, 100 M. verwijderd van het bord met „verboden toegang”. Ge gaat een deur links van u in, die vanzelf achter u dicht klapt en betreedt de slijperij, welke voorzien is van vier rijen toestellen met sneldraaiende assen, waarop schijven zitten. „Hier polijst men de deelen, die vernikkeld moeten worden, vooraf blank en glad, zoodat het oppervlak geen enkel zichtbaar krasje meer vertoont. Dit geschiedt door ze

Boormachines, hoofdzakelijk dienende voor de bewerking der raamverbindingsstukken.

te houden tegen de sneldraaiende schijven, die uit vilt of hout met leder bestaan en waarvan de omtrek met amarilpoeder is belijmd. De drijfassen boven uw hoofd snorren 750 maal rond in de minuut ; de schijven 2200 maal. Zij worden electrisch gedreven ; de motor van 30 P.K. hangt aan de dakspanten bij den ingang en de electrische stroom komt van een der dynamo’s, die gij in de machinekamer hebt gezien. Het stof, dat bij het slijpen ontstaat, wordt door de groote stofkokers opgevangen en door ondergrondsche kanalen naar een stofvanger afgezogen. Hier naast is de vernikkelinrichting. Ge ziet er dampende baden, werklieden haastig poetsend met borstels en kalk, een rij groengeschilderde

Draaibanken. — Rechts automatische bank voor staven tot 15 cM. dikte.

groote bakken, waarboven koperen stangen en waarin een groene vloeistof. Hierin hangen aan koperdraad de rijwieldeelen ; groote hoeveelheden van dezelfde soort naast elkaar. Speciale baden zijn er voor velgen, eveneens voor het verkoperen en het ontvetten. Een kleine gasmotor staat in een hoek van deze werkplaats te puffen en drijft een dynamo, die den electrischen stroom opwekt, welke door de dikke koperen geleidingen langs den wand naar de baden wordt gevoerd. Trossen kleine deelen komen uit een der baden ; ze zijn zilverachtig wit, worden even in kokend water gedompeld en, terstond droog, brengt men ze naar de aangrenzende polijsterij, waar men weer sneldraaiende schijven vindt, die bestaan uit op elkaar gelegde lappen katoen. Ze worden met wat

Nikkelinrichting.

poetspomade bestreken, de voorwerpen ertegen L gehouden en in een oogenblik zijn ze glanzend en ’ schitterend blank. I Ge volgt weder de gang in de richting van het bord ' „verboden toegang” en begeeft u thans naar de 1 lakkerij. Q Een man dompelt frames in een kuip met lak I en hangt ze op boven een hellende goot. Zijn de | frames wat afgedropen, dan komen ze in de moffels, gesloten ovens, die met gas worden gestookt. Achter g u lakt men de wielen. Ge kijkt vlug nog eens rond, II snelt door de werkplaats, waar de lijnen uit de hand op de buizen worden getrokken en de merken opgebracht, door de werkplaats waar het lak wordt gepolijst en bevindt u weder in de gang. Daar passeert gij de reparatie-inrichting, een aparte

Fongers heeren-rijwiel, le soort A.

Werkbank van de bankwerkers.

afdeeling, de vóórmontagewerkplaats, waar men de trapassen en remmen monteert alvorens de frames naar het magazijn worden gebracht, de wielenmakerij, waar de wielen worden gebouwd, de expeditie, waar ge u tusschen stapels kisten zoudt moeten doorwringen, indien ge er binnen zoudt gaan. En na dit alles moet ge nog zien de lokalen, waar de rijwielen worden in elkaar gezet, geprobeerd en in voorraad geborgen. Ge ziet daar een tiental monteurs de rijwielen vlug in elkaar zetten ; ge ziet een bergplaats, waarin elk rijwiel met zijn banden in een net geschaafd gootje staat en waar plaats is voor een aantal, dat ge weer vergeten zijt, voor ge in de rijschool aankomt. Deze doet u door haar overkapping aan een station denken en gij treft er toevallig een leerling-wielrijder, wat tegenwoordig

Lakkerij. (Links : het doopen ; achteraan : de moffelovens.)

een zeldzaamheid is, omdat de jeugd thans het fietsen bijna gelijktijdig met het loopen leert ; voorts is de chef-monteur er bezig met ’t beproeven van rijwielen. Ge steekt de rijschool dwars over, en bevindt u in het filiaal voor den detailverkoop. Hier bemerkt ge weder een lange gang, waarop kantoren uitkomen en aan het einde een magazijn. Gij zijt dus in een cirkel rondgeloopen en bevindt u weder vooraan in de fabriek I — Neen, ge vergist u, het is een andere hoek van het gebouw, waarin de afdeeling Rijwieltoebehooren is gevestigd. Dit magazijn bevat een grooten voorraad bellen, lantaarns, banden, zadels, tasschen, sleutels, pompen, naven, kettingtrommels, etc. voor den groothandel. Door het monsterlokaal spoedt ge u naar de helder verlichte vestibule terug.

Fongers dames-rijwiel, I ste soort A.

„Is het u meegevallen ? Zoudt ge hier uw rijwiel wel durven laten?” — „O, zeker, maar het is nog niet zoover, mijn Fongers is pas drie jaar oud.