II.

OORKONDEN BETREFFENDE BENEDEN-TULL.

Om eenige zekere gegevens te verkrijgen als uitgangspunt voor ons stijlonderzoek, trachten we vast te stellen van welke der oudste stukken uit het cartularium het protocol zonder twijfel echt is. We beginnen dit onderzoek met de twee oorkonden C 10 en C n, van bisschop Hendrik van Luik. Beide stukken hooren bij elkaar, want C ii verwijst naar C 10 met de woorden: „Pisle, ... in quo vobis concessimus divina celebrare vestrosque fratres defunctos sepelire". (Vergelijk ook de aanteekening bij C 10 van De Fremery). C 10 of C ii wordt bovendien bevestigd door C 12, van Philip, aartsdiaken van St. Lambert te Luik, die in 1167 tot aartsbisschop van Keulen is gekozen (vergelijk Knipping, Regesten der Erzbischöfe von Köln. II, blz. 162 vlg.), en wiens stuk dus voor of in dat jaar valt.

Op het eerste gezicht zou men kunnen meenen, dat C 10 door den geadresseerde is opgesteld, en wel met gebruikmaking van de oorkonde van paus Adriaan IV, C 8. Immers arenga en poena zijn, zooals hieronder blijkt, in overeenstemmende bewoordingen vervat.

C 8:

Cum ex injuncto nobis a Domino apostolatus officio . . . singulorum paci et tranquillitati debeamus intendere.

Si qua ergo in futurum . . persona hanc nostre sanctionis paginam sciens, contra eam temere venire temptaverit, secundo terciove commonita nisi presumptionem suam correxerit potestatis honorisque sui dignitate careat . . . Cunctis autem eidem loco sua jura servantibus sit pax Domini nostri Jhesu Christi. . .

C 10:

Quod ex officio divina nobis miseratione injuncto viris religiosis debemus ac libenter impendimus.

Si quis hu jus nostre pactionis paginam sciens contra ire presumpserit, quousque satisfaciat excommunicationi subjaccat.

Eidem autem loco que justa sunt servantibus, sit pax et misericordia amodo et usque in sempiternum.

Deze overeenstemming met een pauselijk formulier moet echter op andere wijze verklaard worden. Dit blijkt, wanneer wij het formu-