* VERSMADE DEVIEZEN
Zonderlinge lijdensgeschiedenis der EFA-fabrieken
rrOE WENSCHELIJK het is, dat de geleidelijke—al te geleidelijkeontwikkeling van het na-oorlogsche Nederland tot een rechtsstaat een sneller tempo wordt gegeven, ook in het belang van het Nederlandsche bedrijfsleven, wordt overtuigend gedemonstreerd door de lijdensgeschiedenis van de Metaalwarenfabriek Malchus C.V. te Amsterdam, Efa-Produka, en te Breukelen, Efa-Corema. De onderneming van den heer Malchus werd in 1932 gesticht. In 1939 had zij 528 personen in dienst, waarmee een jaarproductie werd gehaald van 60.000 stofzuigei's, 50.000 rijwiellantaarns, 30.000 strijkijzers, 15.000 electrische kachels, en een aantal andere apparaten. Hiervan werd 55% geëxporteerd. Voor 1940 had de fabriek 200.000 orders voor stofzuigers, waaronder een Amerikaansehe van 50.000.
Tot het einde van 1942 heeft de onderneming de productie kunnen voortzetten; toen eischten de bezetters de levering van oorlogsmateriaal. Voor mij ligt een rapport van het Technisch Bureau “ Industrie,” waarvan de leider 15 jaar ervaring heeft bij het Staatsbedrijf der Artillerie Inrichtingen Hembrug, waaruit blijkt:
I, dat de onderneming van den heer Malchus jaarlijks 60.000 stalen helmen had kunnen maken of 230.000 messing hulzen van groot kaliber, voorts 3 tot 6 millioen kleine messing hulzen, verder stalen kogelhelmen, schok-, en tijdbuizen, enz.
11, dat de onderneming er zich toe heeft bepaald etensdragers te maken, en wel geen tiende van wat ze had kunnen leveren en dan nog van minderwaardige kwaliteit.
De Efa-Produka fabriek ligt aan den Amstel in Amsterdam Zuid, op de uitstekende oeverpunt, die men “De Omvai ” pleegt te noemen. Van de merkwaardige historie dezer fabriek na den oorlogstijd vertelt nevenstaand artikel
De persoon van den heer Malchus blijve in dit artikel, bestemd om een economisch effect te belichten, op den achtergrond. Voor mij liggen de bewijsstukken, dat hij gedurende den oorlog een opper-saboteur is geweest en van aanvang af de illegale beweging met kracht heeft gesteund: financieel met een paar ton, metterdaad door in zijn fabriek munitie op te slaan, schietoefeningen te laten, houden, wapens en onderdeden te laten repareeren, onderduikers te plaatsen, enz., wat bevestigd wordt door een verklaring van den Directeur Gewestelijk Arbeidsbureau te Maarsen, en een schriftelijke dankbetuiging d.d. 15 Mei 1945 van den staf Bste compagnie Binnenlandsche Strijdkrachten, geteekend De Klerk.
In het begin van het jaar 1944, toen de Duitschers begonnen te rooten, bracht de heer Malchus zijn machines en materiaal in veiligheid op 40 boerderijen. Aan 400 arbeiders werd het loon doorbetaald. Van de 75% tegemoetkoming dpor het Arbeidsbureau werd afgezien, omdat dit daarvoor namen en adressen moest eischen en onvermijdelijk—tewerkstelling in Duitschland tengevolge zou hebben.
Onmiddellijk na de bevrijding konden de Efa-bedrijven weer op gang worden gebracht. De machines werden opgesteld, er was materfaal voor 20.000 stofzuigers, plus 350.000 K.G. grondstoffen, en de arbeiders waren bereid onverwijld weer aan den slag te gaan. De eenige noodlijdende was de heer Malchus, wiens particulier vermogen in de zaak-Malchus op het Buitengewoon Aangifte-biljet door het accountantsbureau Nassette en Klomp werd ingevuld met minus f 1.5.939.
Eind Augustus 1945 werd al weer een productie van 6000 stofzuigers bereikt. Na drie maanden kon de productie een waarde hebben van f 1.500.000, na 6-8 maanden een van fl.l millioen per maand, met werk voor 1000 man.
Dit zou niet alleen zijn een stofzuiger-productie, maar voor het grootste deel een deviezen-productie tevens. Millioenen deviezen, waar we zoo hard om verlegen zijn. De regeering heeft ze niet ter beschikking gekregen. Eind Augustus werd de heer Malchus gearresteerd op beschuldiging, door een fabriekskern onder communistische leiding, van collaboratie.
T, j , j , Ik sla de bijzonderheden van deze aanklacht en volsta met de verzekering, dat het lichtzinnig zou zijn ook maar de geringste waarde te aan wat de fabriekskern beweert. In minder dan geen tijd is het tegendeel te bewijzen van wat den heer Malchus ten laste wordt gelegd.
. , , ~ , Na eenige weken is de heer Malchus verhard en daarop vrijgelaten, echter niet buiten vervolging gesteld, en de onderneming kwam na een interregnum onder beheer van den luit. kolonel Van Lohuizen. *
Sindsdien liep dus het bedrijf hard achteruit. De Hollandsche Bank Unie, die zich voor zes ton bij het bedrijf had geïnteresseerd, heeft zich aanvankelijk weliswaar tegenover het Beheersinstituut verplicht de relatie op den ouden
voet voort te zetten, maar trok zich terug, toen de beheerder zich niet aan de overeenkomst hield. Deze ontsloeg den technischen staf wegens “ sabotage,” beklaagde zich over tegenwerking van het Rijksbureau voor Metalen, moest de productie inkrimpen en geraakte in financieele moeilijkheden. Er is nu een belastingschuld van eeii ton of zes, zeven; er zijn voor 3 ton crediteuren gefokt, het loon is niet dan met de grootste moeite bijeen te scharrelen . . . en de deviezenproductie, die vijf millioen jaar had kunnen bedragen, staat zoo goed als stop.
Onder deze omstandigheden hebben de arbeiders van de fabriek te Breukelen zich tot de regeermg gewend met het verzoek in te grijpen: de productie was gedaald tot 10% van de capaciteit. Het adres werd geteekend dcpr alle arbeiders drie na, mij aangeduid als communistisch gezind. Op 7 Februari werd één hunner namens den Minister-President meegedeeld: “ dat het niet functionneeren van onder beheer gestelde bedrijde aandacht van de Regeering heeft.” h)e circulatie van een overeenkomstig adres, reeds geteekend door 200 arbeiders van de Amsterdamsche fabriek, werd stopgezet, nadat twee teekenaars „p staanden voet werden ontslagen, wat « » jg goedgepraat in een personeel vergadering,
Intusschen deed de regeering iets. Aan den Procureur-Generaal te Amsterdam werd opgedragen een onderzoek in te stellen naar de houdbaarheid van de tegen den heer Malchus ingebrachte beschuldigingen. Er was dus een mogelijkheid het beheer weer, al of niet na buiten-vervolgingstelling, aan den heer Malchus over te dragen. Waarvoor zich natuurlijk het departement van Handel en Nijverheid bijzonder interesseerde. Het heeft namelijk, zooals het ons reeds herhaaldelijk meedeelde, met gebrek aan deviezen te kampen en in het Efa-bedrijf zijn er eenige millioenen voor het oprapen . . . indien de heer Malchus met het beheer wordt belast. Waartoe de Hollandsche Bank Unie met alle