DIVERSEN

Pemandangan, Persamaan, Datmo Kondo.

Nederland en Indië.

De Pemandangan van 19 Juli wijst nogmaals op de onbevredigende staatkundige verhouding tusschen Nederland en Indië, ditmaal naar aanleiding van de opmerkingen daarover van dhr. Blauw bij de algemeene beschouwingen in den Volksraad. Op papier, aldus het blad, is Indonesia zelfstandig en heeft zij de vrije beschikking over de eigen geldmiddelen, maar in de practijk heeft zij alleen recht om mee te praten, Nederland beslist. Bij de heeren Thamrin en Yamin uit de ontevredenheid over de situatie zich in een streven naar een Indonesia Merdeka, bij dhr. Soetardjo in dat naar een zelfstandig Indonesia. Die ontevreden stemming blijkt echter niet alleen in Indonesische kringen te bestaan. Het blad haalt in dit verband deze passage uit de rede van Mr. Blauw aan : „Wij willen weten, wat het Opperbestuur is, en wat de Indische Regeering, omdat wij in den Gouverneur-Generaal niet alleen willen zien den stedehouder der Nederlandsche Regeering, maar vooral onzen Gouverneur-Generaal, onzen algemeenen bestuurder De benaming „Indische" Regeering is thans een fictie, een misleiding, wijl daarmee dikwijls bedoeld wordt een gecamoufleerde Nederlandsche Regeering."

Een duidelijker teekening van de scheeve staatkundige positie van dit land acht het blad moeilijk denkbaar. Indien dergelijke woorden uit den mond van een Indonesiër gekomen waren, zou men in Sana-kringen enkel de schouders opgehaald en gezegd hebben : „Stuur dien man maar naar Digoel, de zaak is daarmee afgeloopen !" De woorden zijn echter uitgesproken door een IndoNederlander, die in de oogen van de Indonesiërs en van de Indo's, die in „Insulinde" georganiseerd zijn, dichter bij Nederland dan bij Indonesia staat. Het blad meent in de aangehaalde passage niets anders te kunnen lezen dan den wensch, dat de Regeering hier geen marionetten-, maar een „volwassen" en „reëele" regeering is. Dhr. Blauw is m.a.w. met ons van oordeel, besluit het blad, dat de staatkundige positie van dit land gewijzigd moet worden. En hoe spoediger dit gebeurt, hoe billijker.

Het defensie-vraagstuk.

De Pemandangan van 20 Juli vestigt de aandacht op de rede van dhr. Lapian over het defensievraagstuk en maakt met waardeering melding van de door dezen gemaakte vergelijking van den boom en den eigenaar daarvan. Het blad zelf geeft van de situatie de volgende schets : 1. Indonesia geeft geld uit aan iets, dat in feite niet dient ter bescherming van haar belangen, maar van die van