Nederland. Derhalve moet principieel vastgesteld worden, wie voor de defensie van dit land moet betalen, Nederland of Indonesia. Indien beide de kosten moeten dragen, hoeveel moet elk dan betalen. Dit moet eveneens vastgesteld worden, opdat Nederland niet naaar willekeur de lasten van Indonesia verzwaart. 2. De wijze van samenstelling van leger en vloot en van de salarieering van het personeel is voor Indonesia nadeelig. Als gevolg van het in dienst nemen van dure import-krachten, van de gewone soldaten af tot de officieren toe, kan men geen behoorlijk sterke defensie krijgen. Als gevolg van de hooge salarissen en soldijen blijft het aantal manschappen beperkt, terwijl van animo en enthousiasme voor den militairen dienst bij de Indonesiërs geen sprake is. Uit betrouwbare bron verneemt het blad voorts, dat reserve-officieren tot officieren aangesteld zijn.

Dit beteekent, dat alleen Nederlanders officier kunnen worden, omdat alleen Nederlanders reserve-officieren kunnen zijn. Als een schrale troost worden Indonesiërs in de gelegenheid gesteld in kort verband dienst te nemen. Dit is oogenschijnlijk mooi, maar een nadere beschouwing van de zaak toont, dat de Regeering daarmee het verkrijgen van veel en zeer goedkoope Indonesische soldaten beoogt. De soldaten in kort dienstverband verdienen immers minder dan de ,,echte". De Indonesische krachten voor de defensie worden m.a.w. naar „uitverkoopprijzen" gemeten, terwijl de Nederlandsche krachten een goede positie en een mooi salaris krijgen. Zoolang deze scheeve toestand bestaat, kan het blad de Indonesische samenleving niet opwekken, haar beurs voor de defensie te openen.

De Inheemschen en het Volksraadsvoorzitterschap.

De niet-benoeming van Edeleer Djajadiningrat of Mr. Dr. Moelia tot voorzitter van den Volksraad heeft ook A. W. (Persamaan 4 Juli) teleurgesteld, doch daarnaast meent hij de aandacht te moeten vestigen op het onloochenbare feit, dat Indonesische leden, met name o.a. de heeren Koesoemo Oetoyo en Thamrin, in de practijk den voorzittershamer, zij het slechts gedurende korten tijd, reeds gehanteerd hebben. De Indonesiërs mogen zich niet door teleurstellingen en tegenslagen laten ontmoedingen, maar moeten onverdroten streven naar verruiming van hun kennis, verrijking van hun ervaring en verwerving van bekwaamheden voor allerlei functies, welke hun stap voor stap zullen brengen naar steeds hoogere en meer verantwoordelijke posities. Wij moeten, zegt schr., over leiders beschikken, die wij ten allen tijde voor belangrijke posten kunnen voordragen. Van elke geboden gelegnheid om zich in de een of andere taak te bekwamen moet gebruik gemaakt worden en teleurstellingen moeten een prikkel zijn tot nog grootere energieontplooiing. Zoo luidt ook de boodschap van onze leermeesters uit vroegere tijden.